Quotessence
Home / Quotes / Quote by Michel de Montaigne

Quote by Michel de Montaigne

“Overigens is wat wij gewoonlijk vrienden en vriendschappen noemen niet meer dan een door een of ander toeval of vordeel tot stand gekomen bekendheid of vertrouwdheid met iemand, waarin de geesten elkaar vinden. In de vriendschap waarvan ik spreek, vermengen en versmelten beide geesten zich tot een zo alles omvattend samengaan, dat ze de naad die hen verbindt foen verdwijnen en niet meer terugvinden. Als men bij mij zou aandringen te zeggen waarom ik van hem hield, voel ik dat dat alleen uitgedrukt kan worden door te antwoorden: 'Omdat hij het was; omdat ik het was'.”

Quote by Michel de Montaigne

Book:Essays

Work

Essays

Essays is a compilation of non-fictional pieces that delve into a wide range of subjects, including philosophy, culture, and personal experiences. Each essay is an individual piece of writing that presents a unique perspective on its subject matter. more

Author

Michel de Montaigne
Michel de Montaigne

Michel de Montaigne was a French Renaissance philosopher, essayist, and writer. He is considered one of the most significant figures in the history of the essay. Montaigne's work, particularly his book 'Essays', has been influential in the development of modern prose. more

You May Also Like

“Identifying Your Dream Some people can easily identify one primary dream. For others, a dream is more elusive. These people often have many dreams at once, or a general idea of a dream that never takes a specific shape.”

“Maar toen ik erover nadacht, besefte ik dat het frustrerende aan jou de manier is waarop je je in het algemeen in of tegenover de wereld gedraagt. Wat vind je belangrijk? Door welk verlangen word je gedreven? Waar ben je trouw aan? Zelfs in de discussies over 'Het labyrint der onmenselijkheid' leek je onverschillig, alsof het je er vooral om te doen was ons in vuur en vlam te zien raken. Maar waar is jouw vuur? Ik neem het je kwalijk dat je, als een spook door een muur, door alles en iedereen heen zweeft. We raken gehecht aan je en een tijdlang lijk jij ook gehecht aan ons. Maar dan op een nacht ben je vertrokken: we worden wakker en je plek naast ons in bed is koud en we weten niet eens waarom je bent weggegaan of waar je bent. We weten alleen dat je niet terugkomt. Mensen zijn geen proefobjecten, geen laboratoriumdieren, ik ben verdomme geen rat waarop je kunt experimenteren, Diégane. Mensen zijn geen literair materiaal, dat voortdurend beschikbaar is, een zin in wording waaraan je, met een ironische glimlach, in je hoofd verder breit.”