Quotessence
Home / Quotes / Quote by Mehmet Murat Ildan

Quote by Mehmet Murat Ildan

Author

Mehmet Murat Ildan
Mehmet Murat Ildan

Mehmet Murat Ildan is a renowned Turkish writer born on May 16, 1965. His works span various literary forms including novels, essays, and poetry, and have gained widespread popularity among readers. more

You May Also Like

“Just as electrons become excited and shift to a higher energy level when they absorb energies like light, heat, or electricity, music instantly elevates a person to a higher energy level! And just as electrons don't remain at that high energy level forever, so too does a person return to their previous energy level when the music ends; energy is absorbed and given back, and the disrupted balance is restored.”

“Il suono del disco che cade sul piatto è un sospiro veloce, che sa appena un po' di polvere. Quello del braccio che si stacca dalla forcella è un singhiozzo trattenuto, come uno schioccare di lingua, ma non umido, secco. Una lingua di plastica. La puntina strisciando nel solco, sibila pianissimo e scricchiola, una o due volte. Poi arriva il piano e sembrano gocce di un rubinetto chiuso male e il contrabbasso, come il ronzio di una moscone contro il vetro chiuso di una finestra, e dopo la voce velata di Chet Baker, che inizia a cantare "Almost Blue".”

“Everybody of my generation has the same memory. We were twelve or thirteen or we were twenty-one, for that matter, and we were going to be veterinarians or we were, like Ringo, going to own a hairdresser’s parlor. We walked into the record store and saw the cover of Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band. We thought together, 'Life can be other than it has been.”

“Die ochtend kwam de verdelger. In de woonkamer, op de eerste verdieping van ons huis, bleef hij staan voor de platenkast. Een gele bidon in de ene en een lange metalen sproeier in de andere hand. Hij floot tussen zijn tanden. “Hoeveel elpees zijn dat?” “Tweeduizend”, zei ik. “Wow.” Hij hield zijn hoofd schuin en begon de platenruggen te lezen. “Allemaal jazz”, zei ik. “O.” Er viel een stilte. Hij bleef zijn hoofd schuinhouden. Dat doen ze allemaal. Ik dacht aan zijn nieuwsgierigheid, misschien was het zelfs een prille vorm van enthousiasme geweest, die langzaam uit zijn lichaam wegsijpelde en langs armen en benen de vloer op stroomde. Nog even, een paar seconden, en ik zou het kunnen zien liggen aan zijn voeten: een plasje onbegrip. Hij bleef kijken. De pezen in zijn nek spanden zich op. Lang kon het niet meer duren. Door de smalle, hoge ramen aan de voorzijde brak de zon door – een weifelende glimlach. En allemaal zeggen ze nog iets, ter afsluiting van wat geen gesprek meer kan worden. “Mmm. Jazz, hé? Daar ken ik niks van.” Ik knikte even en zei: “Ik ook niet.” Het hoofd van de verdelger kantelde, en zette zich opgelucht weer recht op diens romp.”