Quotessence
Home / Quotes / Quote by Agatha Christie

Quote by Agatha Christie

“In the doorway stood an old woman—a rather bulky old woman. She had a very clean white apron tied round her ample waist and the moment I saw her I knew that everything was all right. It is the feeling that a good nannie can always give you. I am thirty-five, but I felt just like a reassured little boy of four.”

Quote by Agatha Christie

Work

Crooked House

In this gripping novel, a young man returns to his ancestral home, only to find himself entangled in a web of deceit and intrigue. As he uncovers the family's dark past, he must navigate the treacherous waters of his own identity and the family's hidden agendas. more

Author

Agatha Christie
Agatha Christie

Agatha Christie, a renowned British detective novel writer, is known as the Queen of Detective Fiction. She was born on September 15, 1890, and passed away on January 12, 1976. Christie's works are characterized by intricate plots, unique reasoning, and vivid characters, and have had a profound impact on detective fiction worldwide. more

You May Also Like

“And did anyone here bring me food? I'm famished." [Gregor's] fingers found a stray fortune cookie from the night before and he pulled it out. "Here," he said. Ripred reacted with exaggerated amazement. "Oh, heavens, is this whole thing for me?" "Look, I didn't even know --" Gregor began. "No, please. Don't apologize." Ripred's tongue darted out and flicked the cookie into his mouth. "Oh, yes, oh, my word," he raved as he chewed and swallowed. "I'm absolutely stuffed!”

“Al in de vroege ochtend, het was bijna nog nacht, had Gregor de gelegenheid de kracht van zijn zojuist genomen besluiten te toetsen, want vanaf de gang opende zijn zuster, bijna volledig aangekleed, de deur en keek nieuwsgierig naar binnen. Zij kon hem niet dadelijk vinden, maar toen zij hem onder de canapé ontdekte - God, hij moest toch érgens zijn, hij had toch niet kunnen wegvliegen - , schrok zij zo, dat zij, zonder zich te kunnen beheersen, de deur van buitenaf weer dichtsloeg. Maar alsof zij berouw had van haar handelwijze, deed zij de deur meteen weer open en kwam, als ging het om een ernstige zieke of zelfs een vreemde, op haar tenen binnen. Gregor had zijn kop tot vlak aan de rand van de canapé naar voren geschoven en observeerde haar. Of zij wel zou merken dat hij de melk had laten staan, en wel allerminst uit gebrek aan eetlust, en of zij ander voedsel zou komen brengen, dat meer aan zijn wensen tegemoet kwam? Als zij het niet uit zichzelf deed wilde hij liever verhongeren dan haar erop attent te maken, hoewel hij eigenlijk een geweldige aandrang voelde om onder de canapé vandaan te schieten, zich aan zijn zusters voeten te werpen en haar om wat lekker eten te smeken. Maar zijn zuster zag dadelijk tot haar verbazing de nog volle kom, waaruit alleen rondom een beetje melk was gemorst, zij nam hem meteen op, weliswaar niet met haar blote handen maar met een lap, en droeg hem de kamer uit. Gregor was uiterst nieuwsgierig wat zij ter vervanging zou brengen en hij maakte zich daar de meest uiteenlopende voorstellingen van. Nooit had hij echter kunnen raden wat zijn zuster in haar goedheid werkelijk deed. Zij bracht hem, om zijn smaak te onderzoeken, een hele keur aan spijzen, op een oude krant uitgespreid. Er was oude, half verrotte groente; botten van het avondeten in een gestolde witte saus, wat rozijnen en amandelen; een kaas die Gregor twee dagen tevoren oneetbaar had verklaard; een stuk droog brood, een met boter besmeerd stuk brood en een met boter besmeerd en gezouten stuk brood. Bovendien zette zij bij dit alles ook nog de waarschijnlijk definitief voor Gregor bestemde kom neer, waarin zij water had gegoten.”