Quotessence
Home / Quotes / Quote by Arthur Schopenhauer

Quote by Arthur Schopenhauer

“When we read, another person thinks for us: we merely repeat his mental process. In learning to write, the pupil goes over with his pen what the teacher has outlined in pencil: so in reading; the greater part of the work of thought is already done for us. This is why it relieves us to take up a book after being occupied with our own thoughts. And in reading, the mind is, in fact, only the playground of another’s thoughts. So it comes about that if anyone spends almost the whole day in reading, and by way of relaxation devotes the intervals to some thoughtless pastime, he gradually loses the capacity for thinking; just as the man who always rides, at last forgets how to walk. This is the case with many learned persons: they have read themselves stupid.”

Quote by Arthur Schopenhauer

Work

Essays and aphorisms

This book is a compilation of essays and aphorisms, offering readers a mix of thoughtful insights and succinct observations on life, philosophy, and human nature. more

Author

Arthur Schopenhauer
Arthur Schopenhauer

Arthur Schopenhauer was a prominent German philosopher born on February 22, 1788, and died on September 21, 1860. He is one of the most important figures in 19th-century German philosophy and is known for his unique pessimistic philosophical ideas. more

You May Also Like

“Das Umfeld und die sozialen Herrschaftsdynamiken wer-den von jeder*m einverleibt: jedes Außen ist im Individuum abgebildet. Es gibt dadurch eine Art kollektives, verkörpertes Wissen über das, was zu einem bestimmten Zeitpunkt ist.”

“Die Betäubungsprozesse und Dissoziationen sowie Abwertungsmechanismen scheinen demnach Kräfte aus dem Körper zurückzuhalten, die Menschen ein feineres Bewusstsein eröffnen könnten, welchem patriarchale Herrschaftsdynamiken nicht standhalten würden.”

“Stel dat je in de politiek zit en je hebt van huis uit een idioot kapsel. [...] Cultiveer dat. Probeer zoveel mogelijk op de foto te staan. Draag onopvallende kleding, mijd het gezelschap van mooie vrouwen, focus op dat haar. Mensen zullen naar je gaan luisteren, ze zullen in je gaan geloven. Het zal hun verstand hypnotiseren, het zal lastige vragen doen oplossen in het niets.”

“Stel dat er vandaag een procedure moet worden ontworpen om de volkswil te leren kennen, zou het beste idee dan werkelijk zijn om mensen eens in de vier of vijf jaar met een kartonnetje in de hand te laten aanschuiven bij een stemlokaal, waar ze in het schemerduister van een stemhokje een bolletje mogen kleuren, waarover maandenlang rusteloos is bericht in een commerciële omgeving die baat heeft bij rusteloosheid? En zouden we dan dat bizarre, archaïsche ritueel nog steeds 'de hoogtijdagen van de democratie' durven noemen?”

“Het lanceren van het Marshallplan was zeker niet zo filantropisch als het werd voorgesteld. De hulp bij de wederopbouw was op de eerste plaats geïnspireerd door de vrees dat daarzonder een nieuwe oorlog met het Sovjetblok onvermijdbaar zou zijn. Bovendien wisten de Amerikanen maar al te goed dat in West-Europa de reconversie van een oorlogseconomie naar een gewone economie nog volop aan de gang was, zodat Europa wel verplicht was massaal te importeren uit de Verenigde Staten, wat de Amerikaanse handelsbalans uiteraard zeer ten goede kwam.”

“Alle politieke ideeën waren aangetast door een gewelddadig gezwel, met als gevolg dat dat die ideeën erdoor overheerst werden, en voor al te veel mensen ging het alleen nog om de bereidheid tot ingrijpen. De ene daad lokte de andere uit, zonder enige terughoudendheid, en als je iemand wilde zijn, en zeker als je de aandacht wilde trekken van jongeren en ze voor je karretje wilde spannen, dan moest je verontwaardigd zijn. Het leek alsof de lokroep van geweld alleen nog kon worden genegeerd door helemaal geen doel meer na te streven, door je op superieure wijze te onttrekken aan elke vorm van loyaliteit. Maar was dat geen morele tekortkoming die nog erger was dan woede?”

“Ik heb iemand over bepaalde zaken horen zeggen aan wie hij zijn zaak had voorgelegd, dat hij de woorden van degene die geweigerd had aangenamer vond dan van degene die de zaak had aangenomen. Je neemt mensen meer voor je in door je gelaatsuitdrukking en je woorden dan door wat je feitelijk voor hen doet”