Quotessence
Home / Topics / België Quotes

België Quotes

Browse 37 quotes about België.

België Quotes

“Heel dit land acteert, dit schijtgat van Europa, en al het volk dat zich erin wentelt en keert: het is een kolonie vol komedianten, het schmiert dat het een aard heeft, niet in staat tot wezenlijk contact, het verstopt zich in het voetlicht van de schone schijn en de dure restaurantrekening en het dwangmatig gewauwel over het slechte weer en over de files en de hondendrollen van de buurman, het lijdt aan overacting in de politiek en in het wielerleven – maar voor de ware ik heeft het geen volledige tekst meegekregen, nog altijd niet, ook ik niet, we zijn nog altijd boerenpummels in een te prijzig kostuum en geen andere replieken dan de boerse vloek of de geladen stilte of de rode kop van schaamte. En als die niet volstaan, improviseren we snel een platte grol, een ontwijkend vuile mop, een grappig accent, een hoog stemmetje. Nog altijd de bezielers van een middeleeuwse klucht, “De Sotternie van Nu Noch”. Typetjes, waar je mensen verwacht.”

“Wat mij interesseert in de reacties is dat mijn citaat van de zwarte jongeman in Congo uit Van Reybrouck — “Wanneer komen de Belgen terug?” waarvan hij meldt dat het “een veel gehoorde klaagzang” was die hij “ontelbare keren” hoorde toen hij daar was in 2010. Ze kunnen het feit duidelijk niet onder ogen zien dat veel voormalige koloniale volkeren zouden willen dat hun land terugkeerde naar koloniale heerschappij. Koloniale heerschappij was voor deze mensen niet een of ander filosofisch idee, maar een praktisch alternatief dat moest worden afgewogen tegen andere praktische alternatieven en in vergelijking daarmee vaak minder gebrekkig werd gevonden. Dergelijke ‘gevaarlijke gedachten’ moeten duidelijk worden bestreden door de uitbranders in de faculteitslounge, anders worden ze algemeen bekend.”

“De ontvangst die ik van de Congolese bevolking heb ontvangen, vormt werkelijk het meest treffend bewijs van het vertrouwen dat België haar inspireert. Dat vertrouwen brengt voor ons de zwaarste verantwoordelijkheden voort. De essentiële vraag die zich nu in Congo stelt [...] betreft de menselijke relaties tussen blanken en zwarten. Het volstaat niet een land uit te rusten, het een wijze sociale wetgeving te schenken, het levensniveau van de bewoners te verbeteren ; de blanken en de zwarten moeten in hun dagelijkse betrekkingen het bewijs van zoveel mogelijk wederzijds begrip tonen. Dan zal het moment aangebroken zijn [...] om aan de Afrikaanse territoria een statuut te geven dat, voor het geluk van allen, de duurzaamheid van een werkelijke Belgisch-Congolese gemeenschap zal verzekeren...”

“Leo­pold II kun je niet verwijten dat hij het vruchtgebruik van de Koninklijke Schenking verankerde in het Belgisch patrimonium, om te vermijden dat zijn na­zaten het naar het buitenland zouden brengen. Toch blijven zijn volledige financieringsstromen van Congo naar België, en omgekeerd, een imbroglio waar de grootste wetenschappers zich het hoofd over hebben gebroken. Als deze generatie politici dat in kaart wil brengen, vrees ik dat ze er onvoldoende tijd voor zullen hebben.”

“Van nu af moeten wij onze markten zoo talrijk maken als mogelijk is. Geen ander middel bestaat er tot het bezweren dier nijverheidserisissen, waarvan de noodlottige gevolgen zich zouden doen gevoelen naar gelang van de ontwikkeling der aangetaste gedeelten. Wij moeten ook onzen handel aanwakkeren en den Belgischen voortbrenger in staat stellen langs Belgische wegen te vervoeren en bij Belgen te consigneeren, de goederen, waarvan de verzending naar verre landen weldra, naar ik verhoop, belangrijker zal worden,dank aan ons volmaakt werk en aan onze gematigde prijzen.”

“Thans is onze uitvoer bijna uitsluitend toevertrouwd aan vreemde handen. Men dient na te gaan, waarom het zoo is, en de middelen te zoeken om het geld, dat wij aan commissionarissen van Havre, Hamburg, Rotterdam of Londen geven, door Belgen te laten winnen en voor ons land te behouden. Ook dient men, zooals ik zegde, aanzienlijk te vermeerderen het bedrag onzer plaatsingen in den vreemde en deze zouden, naar het gevoelen onzer consuls, vertiendubbeld kunnen worden.”

“Niet langer zult gij dulden, Mijne Heeren, dat alleen wij onder de natiën, die havens en eene zeegrens bezitten, voor het grootste gedeelte van onzen uitvoer afhankelijk zouden blijven van anderen... Weldra, ik hoop het stellig, zal onze jeugdige natie ook haar deel van de zee eischen en haar eersten stap doen op de baan van den billijken en eerlijken vooruitgang, de eenige die past aan den aard des Lands en aan den tijd waarin wij leven.”

“Volgt uwe geburen na, breidt u uit aan den overkant der zeeën, telkens als gij daartoe de gelegenheid zult hebben, en gij zult er kostelijke uitvoerwegen voor uwe voortbrengselen vinden, bedrijvigheid voor uwen handel; werk voor al de arbeids- krachten, die wij thans niet gebruiken kunnen; plaats voor den overvloed onzer bevolking; nieuwe inkomsten voor de schatkist, die wellicht eenmaal aan onze Regeering zouden toelaten, naar het voorbeeld der Nederlandsche, de belastingen in het moederland te verminderen; eindelijk eene gewisse vermeerdering van macht en een nog beteren toestand in het centrum van het groot Europeesch gezin.”

“Evenals de mensch heeft eene Natie haar proeftijd, en ’t is juist tusschen vijf-en-zeventig en honderd jaar, dat men zien kan of zij wel bepaald gaat groeien of verkwijnen. Wat geeft het dat hare grenzen eng zijn? Zagen wij niet kleine Staten zich in de geschiedenis vereeuwigen? Iser niet in Griekenland een klein monument, het Parthenon, welks harmonie en evenredigheid van lijnen, sinds tweeduizend jaar, de bewondering der volken afdwingen.”

“Net zoals Hitler de Brand van de Reichstag in de schoenen schoof van Marinus Vander Lubbe en zo een grote schoonmaak begon te houden in Duitsland, schuift Erdogan de coup geheel gratuit in de schoenen van Gülen om voortdurend mensen (het zijn er al meer dan 9.000!) te laten oppakken. Zijn zuiveringsactie, waadrbij de scheiding der machten niet langer wordt gerespecteerd, loopt geheel parallel met die van Hitler. Maar omdat Turkije lid is van de Navo kan Erdogan straks een spil slaan tussen Rusland en Amerika, genoeg voor een derde wereldoorlog. Natuurlijk wordt het prutsleger van Erdogan dan onder de zoden gelopen door het Russische leger, maar dan zal hij de hulp inroepen van zijn Navo-bondgenoot Amerika. Erdogan is met zijn dubbele agenda zowat de grootste bedreiging voor de wereldvrede en de Belgische Turken die nu achter hem staan kunnen straks gevaarlijke collaborateurs worden. Dus heren politici als het waar is dat 'gouverner c'est prévoir', begin dan maar nu met het terugsturen van al die domme Turkse oproepkraaiers in ons land naar het land van hun aanbeden Erdogan.”

“Universitair onderzoek heeft aangetoond dat Nederlandse (en Belgische) Turken zich bovenal Turk voelen en slechts zeer bijkomstig Nederlander of Belg. Dat zou in meer dan 75 % van de gevallen opgaan. Ze vormen zeer gesloten conservatieve groepen die hoofdzakelijk contact onderhouden met de eigen bevolkingsgroep, waardoor de formele sociale controle er zeer hoog is. De meeste van die Nederlandse of Belgische Turken weten nauwelijks hoe de staatsstructuur van Nederland of België in elkaar zit, ze spreken thuis voornamelijk Turks, interesseren zich aan Turkse kranten niet aan lokale kranten.”

“Ik vrees dat die groep oververwende getatoeëerde halve jeanetten zelfs tegen Ierland niet kan winnen, mogelijks enkel tegen Zweden. In het laatste geval eindigen we 3de in onze groep en komen we in de 1/8ste finale uit tegen Duitsland waar de zogezegde n°2 van de wereldranking, België dus, genadeloos zal worden afgemaakt. Dat zou trouwens geen slechte zaak zijn, dan kunnen we vanaf juni 2017 Michel Preudhomme nationale coach maken. En speel eens met een achterlijn met op de flanken Meunier en Jordan Lukaku naast Alderweireld en Vertongen, met op het middenveld Carasco en in de spits Batsuay. Zet de leeggespeelde De Bruyne (al weken niet meer in vorm) op de bank en laat Hazard maar over het veld dartelen zoals hij wil. En negeer al wat Wilmots (geef hem stadionverbod als het moet) als instructies meegeeft. Speel eens lekker anarchisisch onder de leuze "Ni Dieu, ni maîre" (Léo Ferré).”

“Het zou gemakkelijk zijn om zo, van boven naar beneden, heel de sociale ladder te overlopen zoals de Franse Revolutie ze samengesteld heeft, om aan te tonen dat er op geen enkele sport van die ladder echte vrijheid bestaat. 1789 heeft brandhout gemaakt van alle plaatselijke vrijheden, om in de handen van de Staat de meest absolute macht te concentreren die men zich in een beschaafd land kan voorstellen. Men heeft uitgerekend dat de Grondwetgevende Vergadering op twee jaar tijd 2557 wetten heeft uitgevaardigd ; de Wetgevende Vergadering, op één jaar tijd, 1712 ; en de Conventie, op drie jaar tijd, 11. 210 ! Nooit tevoren heeft de wereld zo’n bizar spektakel gezien. Men zou terecht kunnen denken dat Frankrijk nog maar pas geboren werd, en dat het land moest behandeld worden als een horde wilden die nog maar net tot een vorm van sociale ordening gekomen waren.”

“De andersdenkende mag de andere niet de mond snoeren, anders zal hij hem op zijn beurt ook ooit de mond snoeren en verdrukken. Telkens wanneer hij er zich toe verlaagt een mening te onderdrukken in plaats van haar te weerleggen, moet die beseffen dat zijn eigen opinie ooit ook onderdrukt zal worden. Laat de doctrines ontstaan en ontwikkelen zonder obstakels, we dienen slechts de vrijheid te verdedigen als die alleen geld voor alle burgers. Ook die van diegene die een doctrine hebben die volkomen tegengesteld is aan de onze.”

“De eerste is Gerard Walschap, verre vriend en trouwe fan. Schrijver van stavast, geen groot talent voor toneelteksten, des te meer voor krachtig vertellen en stevige polemiek. ‘Dag mensen, dat ’t welga.’ Dat staat in bijna minuscule letters op zijn graf van natuurtegels. Al bij het ingaan van het eerste oorlogsjaar had hij me gewaarschuwd, onder vier ogen en in bedekte termen. ‘Doe gelijk iedere Belg al eeuwen doet. Buig mee zonder te buigen.”

“Moedig Belgisch volk, jullie hebben op beslissende wijze overwonnen! Zorg er nu voor om voordeel uit die overwinning te halen, jullie vijanden zijn verstomd, laten we geen moment verliezen, laten we ons verenigen rond het voorlopig bewind, dat er dankzij u is gekomen, twijfel er niet aan dat de brandstichters, die jullie zo vernederend uit jullie hoofdstad hebben verdreven al nieuwe misdaden beramen. Gedaan met aarzelen en ontzien, we moeten voorgoed de moordenaars uit ons huis verjagen die hier te vuur en te zwaard te werk zijn gegaan, hebben verkracht en vernield. We dienen onze moeders, onze vrouwen, onze kinderen en onze eigendommen te redden, wij moeten leven als vrije mensen, of ons begraven onder een berg van as. Laten we eendrachtig zijn beste landgenoten, dan zijn wij onoverwinnelijk, de ware orde, ze is onontbeerlijk om onze onafhankelijkheid te behouden. Lang leve België!”

“De passie die de Belgische revolutionairen bezielde, zij die echt iets gedaan hebben was gebaseerd op haat jegens de vreemdelingen, de Hollanders, met bruut geweld hebben ze gehandeld, en met de wetmatige zwaartekracht van een vallende steen werd de troon van Willem verbrijzeld, maar zodra dat gedaan was, was ook alles gezegd, want het volk is krachtig, maar niet slim, het kan een vernietigende kracht hebben, maar eindigt altijd als de bedrogenen van het verhaal, het werpt alles omver, en laat vervolgens de handelaars in afval speculeren met het puin.”

“Laten we maar liever zwijgen over die holle frasen die niemand nog ernstig kan nemen. Het is met de individuele vrijheden hetzelfde gesteld als met de provinciale, departementale en gemeentelijke vrijheden. De revolutionaire beweging van 1789 is er de pure ontkenning van geweest, ten voordele van een politieke meerderheid die alle macht naar zich toetrekt en zich aan de gewetens opdringt onder het mom van “ algemene wil ”.”

“Je moet de superrijken hun tweede woning zwaar belasten. Ze kunnen nooit met hun villa onder de arm naar het buitenland vluchten. Vastgoed van meer dan 1 miljoen euro moet voor 50 procent belast worden. Dat is ook economisch noodzakelijk, want deze mensen hebben een heel lage consumptiequota. Hoe rijker ze zijn, hoe minder ze van hun hun inkomen verteren. Ze steken het in huizen of gaan beleggen. Een gewone bediende verteert bijna volledig z’n inkomen. De fiscus mag nu niet in de gewone man z’n portemonnee zitten, anders treffen ze de consumptie – en dus ook de economische groei – in het hart. Ze moeten het bij de rijken gaan halen, alleen moet je stevige kloten hebben om de haute finance aan te pakken. Dat zie ik broekventjes als Crombez niet doen. Die weet niet hoe de zakenwereld ineen zit. Hij kan die ingewikkelde financiële constructies niet ontrafelen.”