Quotessence
Home / Authors / Tom Lanoye

Tom Lanoye Quotes

Author

Filter quotes by topic

Famous Tom Lanoye Quotes

“Ik geloof niet in helden, tenzij ze zich verpleegster noemen. Zij kennen de keerzijde van het krijgshaftige gebalk over 'respect voor elke vonk van leven'. Zij weten wat dat betekent in de praktijk. Zij helpen de onmachtigen en de dementen hun vernederingen van alledag te doorstaan, van voeding tot ontlasting. Het zijn de zaken waar men liever over zwijgt, van politicus tot prelaat. Het potsierlijk gemorste lopend voedsel, de drinkbeker voor kleuters in de handen van een huilende negentigjarige, de onbehandelbare pijnen, de stoma's, de urinezakjes hangend aan een kapstok naast het bed dat je niet meer verlaat, de nooit eindigende tragikomedie van de ontlasting. Dat ganse bittere repertoire van kots en kak.”

“Heel dit land acteert, dit schijtgat van Europa, en al het volk dat zich erin wentelt en keert: het is een kolonie vol komedianten, het schmiert dat het een aard heeft, niet in staat tot wezenlijk contact, het verstopt zich in het voetlicht van de schone schijn en de dure restaurantrekening en het dwangmatig gewauwel over het slechte weer en over de files en de hondendrollen van de buurman, het lijdt aan overacting in de politiek en in het wielerleven – maar voor de ware ik heeft het geen volledige tekst meegekregen, nog altijd niet, ook ik niet, we zijn nog altijd boerenpummels in een te prijzig kostuum en geen andere replieken dan de boerse vloek of de geladen stilte of de rode kop van schaamte. En als die niet volstaan, improviseren we snel een platte grol, een ontwijkend vuile mop, een grappig accent, een hoog stemmetje. Nog altijd de bezielers van een middeleeuwse klucht, “De Sotternie van Nu Noch”. Typetjes, waar je mensen verwacht.”

“Ik heb nooit, zoals als zij, geloofd in militaire triomfen in naam van God, volk of staat. Ik ben gepokt en gemazeld een Vlaming van de nooit-meer-oorloggeneratie. De lessen van het verspilde bloed aan Den IJzer, en in alle Europese loopgraven van '14-'18, zijn me met de paplepel ingegeven. Een goede oorlog? Dat is een tegenstrijdigheid in de bewoordingen.”

“De eerste is Gerard Walschap, verre vriend en trouwe fan. Schrijver van stavast, geen groot talent voor toneelteksten, des te meer voor krachtig vertellen en stevige polemiek. ‘Dag mensen, dat ’t welga.’ Dat staat in bijna minuscule letters op zijn graf van natuurtegels. Al bij het ingaan van het eerste oorlogsjaar had hij me gewaarschuwd, onder vier ogen en in bedekte termen. ‘Doe gelijk iedere Belg al eeuwen doet. Buig mee zonder te buigen.”