Quotessence
Home / Topics / Leven Quotes

Leven Quotes

Browse 46 quotes about Leven.

Leven Quotes

“Hoe krijg je intimiteit in taal? Hoe wordt de roman die ook een film is toch weer een roman met alle typisch romanachtige kanten ervan? En hoe krijg je léven in die roman? Er moet een relatie zijn tussen taal en het andere; de wereld van vlees en bloed daarbuiten. Die laatste kant had ik misschien te weinig ontwikkeld. Ik word tegenwoordig soms zo overvallen door de gekste emoties, of liever gezegd: door verlangen naar die emoties.”

“Door de pijnlijke wending die mijn leven onverwachts had genomen, de afgelopen jaren, wist ik één ding: ik wilde leven. Ik wilde blijven leven, en liefhebben, met mijn armen open zoals mijn moeder altijd door het leven was gegaan. En gezond blijven en genieten van dat leven en die gezondheid, samen met al die lieve mensen om me heen en samen met het verdriet. Verdriet gaat niet weg, maar het raakt op de achtergrond wanneer je hoofd en je hart nieuwe herinneringen en ervaringen krijgen. Het is echt zo: de scherpe randies gaan ervanaf. ledereen krijgt zijn portie, vroeg of laat. Het gaat er niet om wat er op je bordje komt, het gaat erom hoe je met dat volle bordje omgaat. Ik hoefde het verdriet om mijn moeder ook niet langer op te lossen, zoals ik liefdesverdriet altijd had willen oplossen, zoals ik mijn carrière altijd had willen regelen, zoals ik altijd mijn hele leven had willen regisseren. Ik neem mijn verdriet mee, onder mijn arm, welke vorm het ook in de toekomst zal aannemen.”

“Boeken hadden geen leven, goed, het ontbrak hen aan gevoel, dus ook aan pijn zoals dieren en waarschijnlijk ook planten, die ervaren; maar wie had de gevoelloosheid van het anorganische ooit werkelijk bewezen? Wie weet of een boek niet verlangt naar andere boeken waarmee het lang samen was, op een manier die ons vreemd is en die wij daarom niet opmerken?”

“Geloof, hoop en liefde zijn, als je er goed over nadenkt, nagenoeg identiek. Je kunt een almachtige god scheppen naar je beeld en hem in alle onfeilbare goedertierenheid die je hem toebedenkt voor eeuwig in de hemel zetten, zodat je je onvoorwaardelijke liefde op hem kunt projecteren in de verwachting dat dat je leven verrijkt, of je kunt met diezelfde verwachting besluiten om je verlangens weerspiegeld te zien in een ander persoon wie je alle eigenschappen toedicht die je dierbaar zijn. In feite komt dat op hetzelfde neer. Blind vertrouwen in een groot verwonnen verhaal dat de futiliteit van onze sterfelijkheid overstijgt, is evenzeer als de overtuiging dat tegenslag noodzakelijkerwijs een prelude moet zijn op voorspoed en evenzeer als de aangeprate illusie dat de ander ons onvolmaakte bestaan als een perfecte wederhelft vermag te completeren, een in fictie gewortelde poging om in hemelsnaam iets te verzinnen waardoor het allemaal nog enige zin heeft. Geloof, hoop en liefde zijn drie min of meer inwisselbare manieren om de reeks willekeurige voorvallen die ons leven vormen te herschrijven en om er een verhaal van te maken dat ergens over gaat. Zo zijn wij mensen gemaakt van woorden. Maar hoewel het allemaal fictie is en hoewel het belangrijk is om dat te beseffen, geloof ik in die verhalen. Zij zijn de kern van wat ons mensen maakt. Zonder onze seksuele mythen, dagdromen en gedichten over de dood zouden we als angstige dieren staren in de felle koplampen van de oogverblindende zinloosheid die ons, zoals wij terdege beseffen, binnen luttlele momenten verplettert.”

“Om met verandering te kunnen omgaan en om zelf te kunnen veranderen is niet zozeer een inspanning nodig, als wel een groot vermogen los te laten. Ieder verandering betekent, alles welbeschouwd, de dood van het oude ik, en wie zonder wrok, spijt of verbetenheid ‘zichzelf’ kan laten gaan, leert dus, in het klein, hoe hij zal moeten sterven. Maar tegelijk leert hij natuurlijk ook, en zelfs in de eerste plaats, hoe hij moet leven. Want wat is leven anders dan het ondergaan – met zwier of met verzet – van een continue reeks van veranderingen? Oefenen in in leven is oefenen in sterven. Leven en dood zijn complementair.”

“Cynici zeggen dat het sterven begint bij de geboorte. Zoals bij iedere polariserende stelling zit daar iets van waarheid in. Ieder mens bereikt op een gegeven moment een punt waar zijn leven eindigt en het sterven begint. Een oneindig kleine, maar meetbare logische seconde waarin we een onzichtbare grens overgaan die het keerpunt van ons bestaan vormt. Achter die grens ligt dan alles wat we ooit als toekomst hebben beschouwd. En vóór ons is alleen nog de dood. Bij de meeste mensen ligt dat scheidingspunt ergens op het laatste kwart van hun levenslijn. Andere, die bijvoorbeeld aan een dodelijke ziekte lijden, lopen misschien al halverwege tegen die grens op. Bijna niemand overschrijdt die bewust. Slechts weinig mensen kunnen zeggen wanneer hun leven eindigt en het sterven begint. Zoals ik. Ik kan het je heel precies zeggen.”

“Het is een mooie kringloop, je moet er alleen niet een zin in willen ontdekken. Dat is misschien de enige les die er te leren valt. Gewoon als een blad naar de aarde kunnen tuimelen zonder dat je vindt dat je moet denken dat je vleugeltjes krijgt en weer omhoogvliegt het heelal in. De perzik van onsterfelijkheid is een aardig verzinsel, maar die vrucht heeft beslist geen pit. Het is maar een ezelsbruggetje naar de dood.”

“Misschien waren gelukkige eindes dan tóch echt, zolang je begreep dat het geen eindes waren, maar stappen voorwaarts. Waardeveranderingen, had Cord ze genoemd. Als Rylin intussen iets had geleerd, was het wel dat je in het echte leven eigenlijk nooit wist wat er komen ging. Soms zat het mee, soms zat het tegen. Je moest risico nemen, je adem inhouden en mensen vertrouwen. Het leuke van ware levensverhalen was tenslotte dat ze nog steeds geschreven werden.”

“Een drama in ons leven wordt altijd door de metafoor van zwaarte uitgedrukt. We zeggen dat we een zware last dragen. We kunnen die last aan of we bezwijken eronder, we struikelen of we gaan ertegenaan, we verliezen of we overwinnen. Maar wat is Sabina dan overkomen? Niets. Ze is weggegaan bij een man omdat ze bij hem weg wilde. Achtervolgde hij haar soms? Wreekte hij zich? Nee. Haar drama was niet een drama van zwaarte, maar van lichtheid. Sabina ging niet gebukt onder een last, maar onder de ondraaglijke lichtheid van het bestaan.”

“Hier is de tijd van de grote schoonmaak aangebroken. Het luchtig decor van dorre staketsels, die de tuin bij rijp en ijzel een kil maar feeëriek aanzien gaven en die droefgeestig leken te kermen in de wind, gaat onherroepelijk neer. Zondag jongstleden hebben we het verbleekt gebeente, omzichtig rondstappend want overal bleken groengele puntjes van de uitlopende bollen door de smeltende sneeuw heen te boren, aan stukken gekraakt en in een oude vuilnisemmer verbrand. De tuin was bij tijd en wijle gedompeld in een blauw waas waar we doorheen doolden als schimmen. Het is verwonderlijk zo'n nietig laagje als er op de bodem van de emmer overblijft van al dat uitbundige groene leven van verleden jaar zomer.”

“Er was gewoon geen bewegingsruimte om helemaal niets te willen, dan begonnen ze meteen weer over je negatieve houding door te zagen, terwijl ik vind dat dat een van de steunpilaren van de vrijheid is, om het zo maar eens te zeggen, dat je nou eens een keer niet wilt kiezen tussen al die mogelijkheden die de wereld al voordat je geboren werd voor je heeft uitgedokterd en waar je zelf helemaal nooit om hebt gevraagd.”