Quotessence
Home / Quotes / Quote by Sebastian Fitzek

Quote by Sebastian Fitzek

“Cynici zeggen dat het sterven begint bij de geboorte. Zoals bij iedere polariserende stelling zit daar iets van waarheid in. Ieder mens bereikt op een gegeven moment een punt waar zijn leven eindigt en het sterven begint. Een oneindig kleine, maar meetbare logische seconde waarin we een onzichtbare grens overgaan die het keerpunt van ons bestaan vormt. Achter die grens ligt dan alles wat we ooit als toekomst hebben beschouwd. En vóór ons is alleen nog de dood. Bij de meeste mensen ligt dat scheidingspunt ergens op het laatste kwart van hun levenslijn. Andere, die bijvoorbeeld aan een dodelijke ziekte lijden, lopen misschien al halverwege tegen die grens op. Bijna niemand overschrijdt die bewust. Slechts weinig mensen kunnen zeggen wanneer hun leven eindigt en het sterven begint. Zoals ik. Ik kan het je heel precies zeggen.”

Quote by Sebastian Fitzek

Author

Sebastian Fitzek
Sebastian Fitzek

Sebastian Fitzek, born on October 13, 1971, is a German writer known for his suspense and thriller novels. His works have gained popularity among readers for their unique narrative style and tense plots. more

You May Also Like

“En wat me zo trof, en zowel schrik als troost met zich meebracht, was het besef dat de God die ik aanbid exact weet wat het is om te sterven. Hij weet wat de dood betekent voor mensen. Het is een ervaring waarvoor God zich niet te goed achtte om die te delen met mijn vader en met ieder van ons. Ik heb geen idee hoe het zal zijn om te sterven- maar Jezus wel. Hij kent het gevoel van zuurstoftekort in zijn cellen, van hartstilstand en verstikking. Er is geen duisternis waarin hij niet is afgedaald. Hij kent de structuur en de smaak van alles wat ik het meest vrees.”

“Het is een mooie kringloop, je moet er alleen niet een zin in willen ontdekken. Dat is misschien de enige les die er te leren valt. Gewoon als een blad naar de aarde kunnen tuimelen zonder dat je vindt dat je moet denken dat je vleugeltjes krijgt en weer omhoogvliegt het heelal in. De perzik van onsterfelijkheid is een aardig verzinsel, maar die vrucht heeft beslist geen pit. Het is maar een ezelsbruggetje naar de dood.”

“Slechts een paar malen heb ik hem zien opflakkeren: toen men herinneringen ophaalde uit het Rusland van zijn jeugd, vertelde hij haperend hoe zijn ouders in een pogrom waren afgeslacht door de dappere kozakken – die nu zo aandoenlijk kunnen zingen in Carnegie Hall, zei hij – en hoe men nagelaten had hem te doden omdat zijn moeder het wicht dat hij toen was onder haar lichaam had bedolven. Alsof het een academische vraag betrof, zei hij nadenkend: ‘Om mij te verstikken, of om mij te redden, wie zal het zeggen?’ Haar buik had men met een sabelhouw opengereten, en het zien van haar ingewanden op de aarden vloer van de hut van Prichov had de dienaars van de Tsar ontmoedigd in hun opzet om het jodengebroed van het dorp geheel uit te roeien. ‘En toch,’ zei Sam Cohn, ‘had ieder van die kozakken ook een moeder. Het is lastig om te begrijpen wat er in de wereld omgaat.’ De zeldzame malen dat hij zich in het gesprek mengde, uitte hij steeds bedenkingen die aantoonden dat hij aanhoudend op zoek was naar de diepere betekenis van de dingen en van de gebeurtenissen, en dat hij er zich op toelegde niet te haten maar begrijpen. Het was duidelijk dat hij alleen waarde hechtte aan de goedheid van de mens, en ontsteld was en verward wanneer hij boosheid ontdekte die niet door eigenbelang of hebzucht was ingegeven, en die door dergelijk gebrek aan motivering geheel onverklaarbaar werd. [ Marnix Gijsen – Kaddisj voor Sam Cohn ]”

“Haar begrafenis werd door minder dan vijftig buren bijgewoond, zij die niet ziek waren of niet bang om de straat op te gaan of besmet te raken. Stefanie vergezelde hem tijdens de teraardebestelling en hij was de enige van de aanwezigen die glimlachte toen de kist afdaalde in de vochtige woonsteden van de aarde. Stefanie, weer, begreep zijn glimlach en ze wisselden een hartelijke blik die niemand zag.”