Quotessence
Home / Topics / Nederlandse Literatuur Quotes

Nederlandse Literatuur Quotes

Browse 17 quotes about Nederlandse Literatuur.

Nederlandse Literatuur Quotes

“Vreemd bleef de vrouw van het heden de drie primitieve mannen van een vorige generatie aanzien met den voor hen onbeschaamden blik. Zij hadden het pijnlijke gevoel met den blik gemonsterd te worden, waarmee zij vroeger zelf vrouwen aankeken en op haar vrouwelijke waarde schatten. En het was een oogenblik, als voelden zij zich het zwakkere geslacht en stond daar voor hen het sterkere: de moderne vrouw.”

“Op zijn hurken ging hij zitten kijken hoe twintig mieren het sleepwerk organiseerden van een vracht honderdmaal zo zwaar als zijzelf. Mieren, een reuzenvolk dat bij miljarden uitzwermde over de aarde. Mieren in honderden soorten, mieren die andere mieren melkten en mieren die wolkenkrabbers bouwden en bomen afbraken. Mieren, éen kleine donkere glinstering van de grote onbegrepen kosmische kracht die leven heet.”

“Indië is een materieel land? Neen… de Hollanders zijn er materialisten, en zien dan Indië, zooals ze zelf zijn… maken het zóó. Zij leven niet in Indië, zij jagen er alleen naar voordeel. Een jacht naar geld, woest en zonder mededoogen, niet om en voor Indië, maar voor zichzelf, om zelf binnen te zijn… zoo spoedig moogelijk te repatrieeren… In koeler klimaten rust te zoeken en het leven te genieten. Het laatste zegt alles… Het zegt, dat Indië voorbeschikt is eenmaal geen Nederlandsch-Indië meer te zijn…”

“Al ’n jaar geleden heb jij gezegd, toen heb je tegen mij gezegd: „Wie van Indie ’n mooi land wil maken, die moet beginnen met alle sienjo’s er uit te trappen!” Nou vraag ik aan jou, Hollander, hoe komen wij, sienjo’s, hier! Wie hebben wij gevraagd om hier te mogen zijn! Als jij, Hollander, Indië niet mooi kunt vinden mèt sienjo’s, waarom roep je je mede-Hollanders dan niet ter verantwoording, die aan ons bestaan schuldig zijn. Moeten wij, sienjo’s, er uit getrapt worden, nadat we er door de Hollanders zijn ingetrapt?”

“Wie het nog niet vermoed had, kan nu aan driedimensionale voorbeelden gedemonstreerd zien hoe de suikertentoonstelling van de Nederlandse Letterkunde georganiseerd wordt door machteloze kankeraars, knoeiers, prutsers, beddespreiders en zangerige intriganten, die beurtelings prijzen krijgen en prijzen uitdelen, heulen met de overheid en elkaar verraden, hoereren met de dagbladpers, of zich laten kopen door uitgevers.”