Quotessence
Home / Topics / Schrijven Quotes

Schrijven Quotes

Browse 48 quotes about Schrijven.

Schrijven Quotes

“Hoe krijg je intimiteit in taal? Hoe wordt de roman die ook een film is toch weer een roman met alle typisch romanachtige kanten ervan? En hoe krijg je léven in die roman? Er moet een relatie zijn tussen taal en het andere; de wereld van vlees en bloed daarbuiten. Die laatste kant had ik misschien te weinig ontwikkeld. Ik word tegenwoordig soms zo overvallen door de gekste emoties, of liever gezegd: door verlangen naar die emoties.”

“Elke dag herhaal ik het wonder, wat zeg ik, de triomf, van het moment waarop onze soort het schrift uitvond. Lezen en schrijven, we doen het op den duur zo gedachteloos. Altijd weer het vingervlugge mirakel van ons geheugen dat zich woord voor woord; lettergreep na lettergreep, de totaal willekeurige maar o zo zegenrijke band herinnert tussen een letter en een klank, en wat die verbintenis betekent. Telkens weer die schepping van zin uit een ontstellende ruis die zonder het oor van de ander zonder boodschap zou blijven… En dat mirakel , die dagdagelijkse ontploffing in betekenis, knettert en vonkt terug in de tijd, naar de havens van de Feniciërs, naar de koningen van Sumer, naar de glazuren tegels van de toren van Babel, verspreid in het zand.”

“Zoals ik al zei worden personages niet als mensen geboren uit het lichaam van een moeder, maar uit een situatie, een volzin, een metafoor, die als een notendop één essentiële menselijke mogelijkheid insluit waarvan de auteur denkt dat die nog door niemand is ontdekt of waarover nog niemand iets wezenlijkst heeft gezegd. Maar is het dan niet waar dat een auteur alleen maar over zichzelf kan praten? (...) De personages van mijn roman zijn mijn eigen niet gerealiseerde mogelijkheden. Daarom heb ik hen allemaal even lief en schrikken ze me allemaal evenveel af: elk van hen heeft een grens overschreden waar ik zelf slechts omheen liep. Juist die overschreden grens (de grens waarachter mijn ik ophoudt) trekt me aan. Pas over die grens begint het geheim waarnaar de roman vraagt. Een roman is geen bekentenis van de auteur, maar een onderzoek naar het menselijke leven in de val die de wereld is geworden.”

“Daar bracht hij zijn dagen door: in de koelte van zijn werkkamer. Als een monnik, ver van het rumoer van feestende vrienden in de tuin, van het luidruchtige gestoei in het zwembad, van het aanslepende gezeur van de krekels. Daar overwon hij de eenzaamheid waar alle schrijvers van vergaan, met maagpijn pennend tot de letters voor zijn ogen begonnen te tollen.”

“Je kan gewoon zitten tobben en je eigen gek maken en tenslotte je eigen ophangen en je kan ook je tobben een beetje in een vorm zetten, schrijven, er geld voor krijgen, je eigen in leven houden, niet afhankelijk zijn van andere mensen en onopgemerkt, in onopvallende kledij rondlopen en door iedereen met rust gelaten worden, dat is prachtig. Met al je zenuwen en al je gevoeligheid. Want er zijn er tienduizenden en honderdduizenden die zoals ik rondmarcheren en die leggen zich toevallig niet op het schrijven toe en kunnen niet schrijven. En dat is een stuk lastiger. Want ze moeten door anderen in leven gehouden worden of ze moeten zich schikken op een kantoor.”

“Ik ben vijftien. Ik heb al honderden boeken gelezen. Ik voel me zwaar van al die boeken, een heerlijke zwaarte. Ik zal mijn leven lang blijven lezen. Ik zal er mijn beroep van maken. Ik word leraar. Een leraar van een bijzondere soort die nooit lesgeeft, die geen leerlingen heeft, maar boeken schrijft over wat hij gelezen heeft, met als doel anderen het verlangen en de behoefte te geven om hem na te volgen.”

“Ja, al schrijvend komen de herinneringen. Je moet ze niet proberen te dwingen, maar gewoon blijven schrijven, met zo weinig mogelijk doorhalingen. En dan zijn er altijd een paar details die je om de een of andere reden had vergeten of verdrongen en die, in die ononderbroken stroom van woorden en zinnen, allengs uit de diepten van je geheugen naar de oppervlakte stijgen. Vooral jezelf niet onderbreken, maar het beeld voor ogen houden van een skiër die eindeloos over een steile piste glijdt, zoals een pen over het papier. De doorhalingen komen later wel.”

“In een welvarende maatschappij hoeven mensen niet met de handen te werken en kunnen zich wijden aan geestelijke activiteiten en hoe langer hoe meer studenten. Om te kunnen afstuderen moeten de studenten onderwerpen voor hun proefschrift bedenken. De onderwerpen zijn ontelbaar, want je kun in deze wereld over alles een verhandeling schrijven. De volgeschreven vellen papier stapelen zich op in archieven die troostelozer zijn dan kerkhoven omdat niemand ze betreedt, zelfs niet op Allerzielen. De cultuur verdwijnt in de geproduceerde hoeveelheid, onder een lawine van letters, in de waanzin van kwantiteit. Daarom vind ik dat één verboden boek in jouw voormalig vaderland oneindig meer betekent dan miljarden woorden die onze universiteiten spuien.”

“Waarom schrijft u?' Er wil me maar één antwoord te binnen schieten dat voor mijn gevoel de vrager niet met een kluitje in het riet zou sturen: de microfoon door de zaal keilen, het podium in elkaar trappen, de hele sprekersinstallatie afbreken. Duidelijk antwoord, nietwaar: hij schrijft omdat hij niet wil spreken. Maar de wereld, die zo gevaarlijke plaats, heeft geen ruimte voor zulke eenvoudige antwoorden, zo oprecht.”

“Meestal luistert hij voor hij naar bed gaat nog even naar muziek, maar vandaag heeft hij daar geen zin in. Hij bladert in het in wasdoek ingebonden schrift, leest willekeurige notities uit het verleden. De dagen rijgen zich aaneen, de tijd vliedt, week na week, op zondagen is de datum in rood gemarkeerd. Hij is ijverig geweest, bijna dagelijks staat genoteerd dat hij een paar regels heeft geschreven. Helaas ook vaak, veel te vaak, dat het werk hem zwaar valt, dat hij geen zin heeft, dat hij maar moeilijk opschiet. Na het korte bericht over het werk elke morgen volgen de gebeurtenissen van de dag. Bezoekers, uitstapjes, maaltijden met Katja en de kinderen, wandelingen, theaterbezoek, lectuur en correspondentie. Zijn stemmingen, zijn lijden. Zijn lichaam reageert gespannen op de verplichtingen van het leven, met pijnen en verteringsproblemen. Het leven is nu eenmaal vaak moeilijk te verteren. Waarom schrijft hij dat allemaal op? Voor het nageslacht? Onwaarschijnlijk, de notities hebben geen enkele literaire waarde. Niemand heeft de schriften ooit gelezen, ook Katja en de kinderen niet. De dagboeken uit zijn jeugd heeft hij jaren geleden al verbrand, en ook wat zich sindsdien heeft opgehoopt zal hij op een dag in het vuur gooien. Niettemin zit hij avond aan avond aan zijn bureau om de vervliegende dag vast te houden. Rekenschap afleggen tegenover zichzelf, dat is het waarschijnljk, verplichte zelfobservatie. En een steun in moeilijke tijden, ook dat.”

“Ameleia betekent zorgeloosheid, slordigheid. Maar ik geef in 't vervolg geen vertaling van zoiets. Dat 's mijn werk niet. Wie 't geluk heeft geen Grieks of Latijn te kennen, moet maar vragen aan z'n neef de dominee, of aan 'n "knap kind" in de familie. Een schrijver die tijd heeft om alles uit te leggen, heeft niet veel te schrijven. Een lezer die geen tijd heeft te vragen "wat is dat?" hoeft niet te lezen.”