Quotessence
Home / Topics / Natuur Quotes

Natuur Quotes

Browse 31 quotes about Natuur.

Natuur Quotes

“Beelden, zijnde driedimensionale objecten in plaats van tweedimensionale schilderijen, zijn echter dan schilderijen,” zei een heer. “Daarom zijn ze in staat een bedrieglijker illusie te creëren – dat wil zeggen dat beeldhouwkunst de hoogste kunstvorm is.” “Daar ben ik het geheel mee oneens,” zei ik terwijl ik een paar stappen achter Galileo stond. Op het moment dat hij me herkende, strekte zijn glimlach zich helemaal uit tot de bult onder zijn oog. Hij opende hun kring om me naar voren te laten komen. “Wat denkt de signorina?” spoorde een heer aan, alsof een dame die een mening durfde te uiten een noviteit was. Ik kende deze mannen niet, maar ik stortte me in de discussie, hun kunstmatige manier van spreken aannemend. “Reliëf dat het gezichtsvermogen misleidt ligt net zozeer binnen het bereik van de schilderkunst als van de beeldhouwkunst omdat met schilderen alle kleuren van de natuur vorm kunnen worden gegeven, waar de beeldhouwkunst slechts licht en donker tot haar beschikking heeft. Hoewel de beeldhouwkunst diepte creëert die door aanraking wordt waargenomen, verwerft de schilderkunst diepte zonder dat voordeel. Daarin ligt de grotere uitdaging en derhalve haar superioriteit.” “De signorina heeft gelijk,” bracht Galileo in. “Wat is er zo indrukwekkend aan het nabootsen van de beeldhouwster, de Natuur, door de natuur zelf, steen, te gebruiken om volume te creëren?” Hij wendde zich tot mij voor mijn instemming. “ Van de twee is de schilderkunst de superieure, maar om meer dan één reden. De schilderkunst, zijnde tweedimensionaal, staat verder van de realiteit, en hoe verder de middelen om na te bootsen staan van datgene wat nagebootst moet worden, des te bewonderenswaardiger de nabootsing zal zijn.”

“Op zijn hurken ging hij zitten kijken hoe twintig mieren het sleepwerk organiseerden van een vracht honderdmaal zo zwaar als zijzelf. Mieren, een reuzenvolk dat bij miljarden uitzwermde over de aarde. Mieren in honderden soorten, mieren die andere mieren melkten en mieren die wolkenkrabbers bouwden en bomen afbraken. Mieren, éen kleine donkere glinstering van de grote onbegrepen kosmische kracht die leven heet.”

“Waarom interesseerde die geschiedenis me zo? Omdat ik mezelf steeds iets heel simpels moest voorhouden: dat het uit bomen, velden en beken bestaande landschap om me heen, dat er zo authentiek en ongerept uitzag, in werkelijkheid het product was van vele eeuwen mensenwerk; het was net zo'n kunstmatig landschap als een stad dat is.”

“Ben jij dan niet degene die “psst” zegt?' 'Ik hoor ook iets maar ik heb geen idee waar het vandaan komt.' Waar het ook vandaan mag komen, uit de bergen, van de vogels, uit de zee, van een mens, een dier, het gras, de insecten, de bloemen. Waar het vandaan komt maakt niet uit, zolang het er maar is! Zonder dat 'psst' is het niks gedaan. Zolang dat klinkt: leve de bloemen, de insecten, de mensen... Psst, psst. Psst, psst. Psst, psst.”

“Wanneer de Sirenenzang van vooruitgang, groei en consumptie ons niet meer kan verleiden, kunnen we misschien weer de zang van de aarde vernemen. Want morgen zal in ieder geval een nieuwe dageraad gloren, zal de wereld opnieuw worden geboren, zullen miljarden organismen verschijnen en andere verdwijnen, zullen bloemen zich openen voor zonlicht, vogels langs de hemel trekken en bomen doorgaan te wortelen. De stroom van het leven zal verder vlieten, tijdloos, duister en met onweerstaanbare kracht.”

“Hoe graag zou ik niet beginnen met de beschrijving van iets moois, een diepblauw meer, omringd door perfect kegelvormige vulkanen, een bulderende waterval diep in een oerwoud, een klaterende bron die in een drassig grasland ontspringt, een tapijt wilde hyacinten uitgerold in een donker bos, plekken die ik op reizen met andere mensen heb gezien, misschien bestaan ze nog, niet alles is verknoeid. ― De tuin der onschuldigen”

“Geef ons een zonsondergang van een verdronken zon, geef ons een vuurrode dageraad. Praat met de beuk en de eik, praat met de overweldigende donder. En toon wonderen als het laatste uur daar is, wanneer de blik een glimlach ontlokt, de lamp de nachtvlinder verleidt, de kinderen een droom omhelzen, de olmen een tijd van twijgen aanduiden, de heuvels worden neergedrukt door het Niets. En toon de verblindende pijl, de hemel die tot uitbarsting komt… Toon de harmonische kleuren, wanneer de ademhaling stopt en de vingers droefheden tekenen, de kinderen van glimlachen dromen, de rotsen naar de stilte luisteren, de cipressen de horizon opensplijten. Toon de rust die terugkeert, de hemel die trilt… Praat met het blaadje en de bloem, praat met de dag die verstrijkt. Geef ons een stevige, zekere hartslag. Geef ons, nu, rust.”

“Ik schrijf alles op, want denken helpt niet. Mijn kop draait kronkels en mijn buik verzet zich koortsig als ik de vragen van die vrijdag op een rij wil zetten. Het is alsof mijn lijf niet weten wil wat er toen gebeurd is. Alsof mijn ogen de beelden hebben gewist, alsof mijn oren de gil hebben gesmoord in de donkere spelonken van mijn hoofd, alsof mijn geheugen die ene seconde voorgoed heeft uitgeveegd.”