Quotessence
Home / Topics / Belgisch Congo Quotes

Belgisch Congo Quotes

Browse 21 quotes about Belgisch Congo.

Belgisch Congo Quotes

“Het privé-leengoed van koning Leopold in Congo was precies het contrafeitelijke tegenwicht tegen de koloniale overheersing en het beste argument voor kolonialisme. Zijn onvermogen om zijn inheemse rubberagenten te controleren die hun prekoloniale activiteiten van slavenhandel en gedwongen rubberoogst voortzetten, toonde de problemen aan die zouden ontstaan als Europese freelancers zouden samenwerken met inheemse krijgsheren en slavenhandelaren om regimes op te richten zonder toezicht van buitenaf.”

“Vansina citeert een deel van een Harvard-studie over de Belgische kolonie Congo, gesticht in 1908. Het rapport citeert een eerder rapport over Belgisch Congo van 1919 waarin werd beweerd dat de bevolking “met de helft verminderd was”. Het citeert deze bewering om aan te geven dat het vrijwel zeker onjuist is. Dat komt omdat de bevolkingsschattingen voor Belgisch Congo sterk uiteenliepen en puur giswerk bleven. Ze waren van ‘weinig waarde bij het trekken van precieze conclusies’. De enige harde conclusie die het bereikte was dat de bevolking niet toenam. De oorzaken waren talrijk, waaronder slaapziekte, oorlog tussen stammen, slechte voeding, vrouwenhandel, polygamie en de arbeidsomstandigheden voor mannen in Europese industriële en commerciële ondernemingen.”

“Wat mij interesseert in de reacties is dat mijn citaat van de zwarte jongeman in Congo uit Van Reybrouck — “Wanneer komen de Belgen terug?” waarvan hij meldt dat het “een veel gehoorde klaagzang” was die hij “ontelbare keren” hoorde toen hij daar was in 2010. Ze kunnen het feit duidelijk niet onder ogen zien dat veel voormalige koloniale volkeren zouden willen dat hun land terugkeerde naar koloniale heerschappij. Koloniale heerschappij was voor deze mensen niet een of ander filosofisch idee, maar een praktisch alternatief dat moest worden afgewogen tegen andere praktische alternatieven en in vergelijking daarmee vaak minder gebrekkig werd gevonden. Dergelijke ‘gevaarlijke gedachten’ moeten duidelijk worden bestreden door de uitbranders in de faculteitslounge, anders worden ze algemeen bekend.”

“Ik stelde voor dat ik met de koning op staande voet Leopoldstad zou verlaten en dat de regering het daags voordien gesloten vriendschapsverdrag met Kongo opnieuw zou onderzoeken. Buitenstaanders hadden blijkbaar mijn woorden opgevangen, want niet lang daarna deed de ambassadeur van Ghana een demarche bij mij met de vraag of de zaak niet min of meer kon worden bijgelegd. Ik ging daarmee akkoord. Er volgde een bijeenkomst van enkele ministers. Het voorstel was dat Lumumba tijdens de lunch die na de middag was gepland een tafelrede zou houden waarin hij hulde zou brengen aan de koning en het Belgische koloniale werk. Minister van Buitenlandse Zaken Pierre Wigny en de diplomatieke adviseur van gouverneur-generaal Cornelis Fredericq De Ridder schreven in mijn bijzijn de redevoering. Ik liet vervolgens de tekst aan Lumumba bezorgen met de vraag of hij die al dan niet aannam. Het antwoord was positief. De ambassadeur van Ghana trad hierbij als tussenpersoon op.”

“Pas vanaf 1920 werd de bevolking geteld. Rond 1930 waren er 10,3 miljoen inwoners, in 1960 ruim 15 miljoen. Jean-Paul Sanderson schat het aantal inwoners in 1885 op 11,5 à 20 miljoen. De afname lag dus tussen 1 en 5 miljoen. De oorzaken waren: een daling van de geboortes en meer sterfgevallen door bestaande en geïmporteerde ziektes, ondervoeding en geweld.”

“De ontvangst die ik van de Congolese bevolking heb ontvangen, vormt werkelijk het meest treffend bewijs van het vertrouwen dat België haar inspireert. Dat vertrouwen brengt voor ons de zwaarste verantwoordelijkheden voort. De essentiële vraag die zich nu in Congo stelt [...] betreft de menselijke relaties tussen blanken en zwarten. Het volstaat niet een land uit te rusten, het een wijze sociale wetgeving te schenken, het levensniveau van de bewoners te verbeteren ; de blanken en de zwarten moeten in hun dagelijkse betrekkingen het bewijs van zoveel mogelijk wederzijds begrip tonen. Dan zal het moment aangebroken zijn [...] om aan de Afrikaanse territoria een statuut te geven dat, voor het geluk van allen, de duurzaamheid van een werkelijke Belgisch-Congolese gemeenschap zal verzekeren...”

“Ik ontdekte dat er twee Leopolds bestaan. Hij had een januskop, hij was een man met twee gezichten die over zichzelf in de derde persoon sprak. Je hebt de Leopold II die we leerden kennen als koning der Belgen (1865-1909) en de soeverein van Congo-Vrijstaat (1885-1908), soms twee totaal tegengestelde figuren. Het Congo-verhaal verdonkeremaant vandaag dat hij voortdurend gefocust was op het overleven van België.”

“Leo­pold II kun je niet verwijten dat hij het vruchtgebruik van de Koninklijke Schenking verankerde in het Belgisch patrimonium, om te vermijden dat zijn na­zaten het naar het buitenland zouden brengen. Toch blijven zijn volledige financieringsstromen van Congo naar België, en omgekeerd, een imbroglio waar de grootste wetenschappers zich het hoofd over hebben gebroken. Als deze generatie politici dat in kaart wil brengen, vrees ik dat ze er onvoldoende tijd voor zullen hebben.”

“Hele stukken van Congo werden nooit bezet bij gebrek aan personeel: in 1908 waren er maar een paar honderd blanken op ca. 100 posten voor een gebied zo groot als West-Europa (76 x België) met 10 à 15 miljoen inwoners. De oorspronkelijke koningen en chefs bestuurden hun gebied in naam van Leopold II en daarna van België. Ze kozen de kant van de kolonisator in ruil voor westerse goederen en een afzetmarkt voor hun ivoor”

“Probeer af te komen van het complex dat eigen is aan gekoloniseerde volkeren, waarbij de schuld voor elke ergernis en tegenslag wordt toegeschreven aan de autoriteiten het administratieve systeem, de incompetentie, vijandigheid of zelfs oneerlijkheid van de betrokken magistraten of ambtenaren. (Belgisch Senator voor de Socialistische Partij, Henri Rolin in een toespraak aan de Congolese delegaties op de Belgo-Congolese Ronde Tafel Conferentie van 1960)”

“Hij werd zwaar tegen zijn zin uitgehuwelijkt aan de Oostenrijkse Marie Henriëtte van Habsburg-Lotharingen. Zijn vader koos liever een familiale verbintenis met de Habsburgers als bescherming tegen Frankrijk dan geluk voor zijn zoon, die daarom zijn hele leven overspel zou plegen met courtisanes. Met Marie Henriëtte kreeg hij wel drie dochters en één zoon, Elias. Die overleed tragisch op 9-jarige leeftijd in 1869, waardoor hij het land geen troonopvolger kon schenken. Leopold II was er kapot van. Door die gebeurtenis beet hij zich volledig vast in zijn droom die al deels gestalte kreeg tijdens reizen die hij als jongeman maakte, van Egypte tot Ceylon. Een zoon zou hij zijn land niet kunnen nalaten, maar wel een kolonie.”