Quotessence
Home / Quotes / Quote by Athanasius Kircher

Quote by Athanasius Kircher

Author

Athanasius Kircher
Athanasius Kircher

Athanasius Kircher, born on May 2, 1602, in Cologne, Germany, and died on November 27, 1680. He was a versatile scholar, theologian, linguist, and inventor, renowned for his extensive research into ancient civilizations and natural sciences. more

You May Also Like

“Floris lachte en zeeg in slaap in zijn zetel. Pieter bezag het hoofd van de kunstenaar. Hij streelde hem stillekens over zijn roze gezicht, en prevelde vol medelijden: ‘Arme Baskonter, arme paddestoel, die teert op Michelangelo; arme Icarus, die met wassen vleugelen ten hemel stijgt, naar de zon, die ze smelt’ – op een rijnse prent had hij die ongelukkige sukkeleer getekend – ‘en al die renaissancisten zijn van dezelfde deeg! Waarom blijft ge niet beneden : de wereld is zo schoon!’ … En in zijn verbeelding zag hij de schone straat van Messina weer levendig voor d’ogen; en daar beneden, in ’t water, te midden van de pracht, zag hij, hulpeloos en klein, twee roze beentjes spartelen van de arme Icarus die in ’t water gevallen was! Hij schudde de komende vaak van zijn huid, stond op en ging de kriekende, frisse morgen in. Een nieuwe schilderij begon te groeien.”

“In 't verdriet om zijn tijd, en in toenemende maagpijn schilderde hij, terwijl er buiten sneeuw viel : 'De Blinden die elkander in de Gracht leiden'; 't Valt voor in zijn vredige streek, met de kerk, ginder rustig en uitnodigend gezeten aan de voet van een buikrond heuveltje. Hier van voor, rechts, diept een koele gracht, waar lis wiegt en irissen tintelen. Op de voorgrond, in de richting van die gracht, komen de zes blinden met hun wijde mantels aan, achtereen elkaar vasthoudend aan hun staf, of de hand op de schouder van de voorgaande gelegen. Hun oude, getaande, domme bedelaarsgezichten zijn smekend omhoog gericht; maar hun ogen zijn ofwel gesloten, of 't zijn enkel matte, witte ballen of uitgezworen holtens. Ze zullen de gracht intuimelen, één voor één, lijk de voorsten al bezig zijn, - de eerste had nogal muziek bij! Rond dit drama bloeit een schone, zachte zomer. Er is stilte, vrede en zon! Daarin ligt heel zijn tijd : 't verscheuren van elkanders overtuiging, de blindheid van elkendeen; daarin ligt zijn twijfel, zijn gebroken droom, zijn geloof, zijn verlangen naar rust, heel zijn hart en heel zijn ziel, - heel de tegenstrijdigheid van zichzelf en van zijn tijd. Toen hij de schilderij af had; - 't was enige dagen voor Kerstmis - liet hij palet en borstels uit zijn hand glijden. 'Nu heb ik, geloof ik, niets meer te doen dan maagpijn te lijden', zuchtte hij.”

“Beelden, zijnde driedimensionale objecten in plaats van tweedimensionale schilderijen, zijn echter dan schilderijen,” zei een heer. “Daarom zijn ze in staat een bedrieglijker illusie te creëren – dat wil zeggen dat beeldhouwkunst de hoogste kunstvorm is.” “Daar ben ik het geheel mee oneens,” zei ik terwijl ik een paar stappen achter Galileo stond. Op het moment dat hij me herkende, strekte zijn glimlach zich helemaal uit tot de bult onder zijn oog. Hij opende hun kring om me naar voren te laten komen. “Wat denkt de signorina?” spoorde een heer aan, alsof een dame die een mening durfde te uiten een noviteit was. Ik kende deze mannen niet, maar ik stortte me in de discussie, hun kunstmatige manier van spreken aannemend. “Reliëf dat het gezichtsvermogen misleidt ligt net zozeer binnen het bereik van de schilderkunst als van de beeldhouwkunst omdat met schilderen alle kleuren van de natuur vorm kunnen worden gegeven, waar de beeldhouwkunst slechts licht en donker tot haar beschikking heeft. Hoewel de beeldhouwkunst diepte creëert die door aanraking wordt waargenomen, verwerft de schilderkunst diepte zonder dat voordeel. Daarin ligt de grotere uitdaging en derhalve haar superioriteit.” “De signorina heeft gelijk,” bracht Galileo in. “Wat is er zo indrukwekkend aan het nabootsen van de beeldhouwster, de Natuur, door de natuur zelf, steen, te gebruiken om volume te creëren?” Hij wendde zich tot mij voor mijn instemming. “ Van de twee is de schilderkunst de superieure, maar om meer dan één reden. De schilderkunst, zijnde tweedimensionaal, staat verder van de realiteit, en hoe verder de middelen om na te bootsen staan van datgene wat nagebootst moet worden, des te bewonderenswaardiger de nabootsing zal zijn.”

“The commercialization of molecular biology is the most stunning ethical event in the history of science, and it has happened with astonishing speed. For four hundred years since Galileo, science has always proceeded as a free and open inquiry into the workings of nature. Scientists have always ignored national boundaries, holding themselves above the transitory concerns of politics and even wars. Scientists have always rebelled against secrecy in research, and have even frowned on the idea of patenting their discoveries, seeing themselves as working to the benefit of all mankind. And for many generations, the discoveries of scientists did indeed have a peculiarly selfless quality... Suddenly it seemed as if everyone wanted to become rich. New companies were announced almost weekly, and scientists flocked to exploit genetic research... It is necessary to emphasize how significant this shift in attitude actually was. In the past, pure scientists took a snobbish view of business. They saw the pursuit of money as intellectually uninteresting, suited only to shopkeepers. And to do research for industry, even at the prestigious Bell or IBM labs, was only for those who couldn't get a university appointment. Thus the attitude of pure scientists was fundamentally critical toward the work of applied scientists, and to industry in general. Their long-standing antagonism kept university scientists free of contaminating industry ties, and whenever debate arose about technological matters, disinterested scientists were available to discuss the issues at the highest levels. But that is no longer true. There are very few molecular biologists and very few research institutions without commercial affiliations. The old days are gone. Genetic research continues, at a more furious pace than ever. But it is done in secret, and in haste, and for profit.”