Quotessence
Home / Quotes / Quote by Carl Sagan

Quote by Carl Sagan

“Toen onze genen niet meer alle informatie konden opslaan die nodig was om te overleven, vonden we langzamerhand de hersenen uit. Maar toen kwam de tijd, misschien 10.000 jaar geleden, dat we meer moesten weten dan de hersenen gevoeglijk konden bevatten. Dus leerden we enorme hoeveelheden informatie buiten ons lichaam op te slaan. Wij zijn voor zover we weten de enige soort op onze planeet die een gemeenschappelijk geheugen heeft uitgevonden dat noch in onze genen noch in onze hersenen zetelt. De opslagplaats van dat geheugen wordt bibliotheek genoemd. Een boek wordt gemaakt van een boom. Het is een verzameling vlakke, buigzame delen (nog steeds 'bladen' genoemd), bedrukt met donker gekleurde kriebels. Eén oogopslag en je hoort de stem van iemand anders - misschien een persoon die al duizenden jaren dood is. Millennia na dato spreekt de schrijver, duidelijk en zwijgend, binnen in ons hoofd. De schrijfkunst is misschien wel de grootste van alle menselijke vindingen; ze bindt mensen te zamen, bewoners van ver verwijderde tijdperken die elkaar nooit hebben gekend. Boeken verbreken de kluisters van de tijd, een bewijs dat de mens een tovenaar kan zijn.”

Quote by Carl Sagan

Book:Cosmos

Work

Cosmos

Cosmos is a book that delves into the vastness of the universe, offering insights into the origins of the cosmos, the nature of stars, galaxies, and black holes, and the impact of space exploration on human understanding. more

Author

Carl Sagan
Carl Sagan

Carl Sagan was an American astronomer, cosmologist, author, and science communicator, born on November 9, 1934, in Brooklyn, New York. He is renowned for his profound research into the cosmos and his dedication to popularizing science. Sagan proposed numerous theories about the origin of the universe and life, and he made complex scientific knowledge accessible to the public with his unique perspective and clear, engaging writing style. more

You May Also Like

“Alsof ik nu, terwijl ik het gekabbel begreep, de rivier geloofde, en door te geloven dat ik haar begreep samen met haar herhaalde terwijl ik langzaam in slaap viel met het open oog van dit land dat voor sommigen een vaderland is, zachtjes en loom en met het open oog waarmee ik besmet ben en het schijnsel dat er niet is: Ik ben de rivier, ik ben de rivier en daarom de draad van de continuïteit tussen levenden en doden net als de verhalen die 's nachts tegen ons praten, ik lijk op de tijden en ook op de feiten, ik ben de rivier. Maar de rivier is de rivier, en verder niets.”