Quotessence
Home / Quotes / Quote by Amineh Pakravan

Quote by Amineh Pakravan

“Kooplieden zijn nergens thuis, maar toch overal welkom, omdat ze welvaart brengen. Als ergens de pest heerst, zoals vorig jaar in Savoye, vermijden ze de stad, en zonder hen staat alles stil. Ze kunnen geen zijde meer brengen uit Lucca, geen wijn meer uit Bordeaux, en de Genuezen kunnen geen leningen meer verstrekken. Niemand koopt nog iets, het geld wordt opgepot en de prijzen rijzen de pan uit. Alsof je de levensader van de stad afsnijdt. Ja, word jij maar koopman.”

Quote by Amineh Pakravan

Work

De boekhandelaar van Amsterdam

Browse quotes and source details for this work. more

Author

Amineh Pakravan

Browse famous quotes and profile details for Amineh Pakravan. more

You May Also Like

“Van nu af moeten wij onze markten zoo talrijk maken als mogelijk is. Geen ander middel bestaat er tot het bezweren dier nijverheidserisissen, waarvan de noodlottige gevolgen zich zouden doen gevoelen naar gelang van de ontwikkeling der aangetaste gedeelten. Wij moeten ook onzen handel aanwakkeren en den Belgischen voortbrenger in staat stellen langs Belgische wegen te vervoeren en bij Belgen te consigneeren, de goederen, waarvan de verzending naar verre landen weldra, naar ik verhoop, belangrijker zal worden,dank aan ons volmaakt werk en aan onze gematigde prijzen.”

“Thans is onze uitvoer bijna uitsluitend toevertrouwd aan vreemde handen. Men dient na te gaan, waarom het zoo is, en de middelen te zoeken om het geld, dat wij aan commissionarissen van Havre, Hamburg, Rotterdam of Londen geven, door Belgen te laten winnen en voor ons land te behouden. Ook dient men, zooals ik zegde, aanzienlijk te vermeerderen het bedrag onzer plaatsingen in den vreemde en deze zouden, naar het gevoelen onzer consuls, vertiendubbeld kunnen worden.”

“Niet langer zult gij dulden, Mijne Heeren, dat alleen wij onder de natiën, die havens en eene zeegrens bezitten, voor het grootste gedeelte van onzen uitvoer afhankelijk zouden blijven van anderen... Weldra, ik hoop het stellig, zal onze jeugdige natie ook haar deel van de zee eischen en haar eersten stap doen op de baan van den billijken en eerlijken vooruitgang, de eenige die past aan den aard des Lands en aan den tijd waarin wij leven.”