Quotessence
Home / Quotes / Quote by Filip Dewinter

Quote by Filip Dewinter

“islamisme is een begrip dat uitgevonden is om de indruk te wekken dat er een goede en een slechte islam bestaat. De zogenaamde verlichte islam is een illusie die de dreiging van de islamisering moet verdoezelen. De islam zal de verlichting nooit aanvaarden.”

Quote by Filip Dewinter

Author

Filip Dewinter
Filip Dewinter

Filip Dewinter is a Belgian politician born on September 11, 1962. He is known for his active involvement in the far-right political movement. more

You May Also Like

“De Duitse filosoof Friedrich Nietzsche had gelijk. De moderne geseculariseerde mens heeft de Sklavenmoral van de christenen behouden en wentelt zich in zelfhaat en capitulatiedrang. Wij vinden dat wij schuld hebben aan al het leed van de wereld. We hebben op een kortzichtige manier onze eigen godsdienst weggegooid en denken dat we vrij zijn. Aan de andere kant heb je nu vijftig tot zestig procent van de Europese moslims – volgens een recente studie uit Berlijn – die een zeer conservatieve invulling van de islam volgen. De rest niet, dus, maar een groot deel onder hen is wel vatbaar voor het verwijt dat ze dan niet vroom genoeg zijn. Net zoals meneer pastoor vroeger mensen ‘raad’ kwam geven, en heel wat mensen plots in een vlaag beseften dat ze niet vroom genoeg waren.”

“Misschien zullen we wel het begrip ‘overwinning’ moeten herdefiniëren. In vroegere oorlogen won één van de partijen. De verliezer werd in de pan gehakt. Onvoorwaardelijke overgave. Nu heerst er een permanente strijd met een ongrijpbare, flexibele vijand die niet op een klassiek slagveld wordt uitgevochten. Totale overwinning, eliminatie van IS en haar gedachtegoed is onmogelijk. We moeten leren leven met een hoeveelheid geweld in onze samenleving, en dat geweld zal blijven.”

“Mocht mijn mening enig gezag hebben gehad, dan had ik qua beeld voor het schilderij van de Dulle Griet gepleit. Het is een wonder dat we dit bijzondere doek van de Oude Bruegel zomaar in een zaaltje van een klein museum kunnen bezichtigen, alleen dat al geeft aan wat we zijn in deze stad en het doek zelf geeft evenveel prijs. De terreur hangt daar open en bloot, het roven aan de mond van de hel. Het is niet omdat een mens er weinig moeite voor moet doen dat een onthulling geen onthulling blijkt. Die Dulle Griet raast en daast door een landschap vol oorlog en herinnering in felrood, bruin en zwart. Haar ogen staan wijd opengesperd zodat ze alles en niets ziet. Heeft zij deze verschrikking veroorzaakt of maakt ze louter deel uit van deze smeerlapperij en speelt ze het spel mee? Op een schone zaterdag moet ge toch eens naar dat museum gaan om het allemaal in u op te nemen.”

“Frodo: I can't do this, Sam. Sam: I know. It's all wrong. By rights we shouldn't even be here. But we are. It's like in the great stories, Mr. Frodo. The ones that really mattered. Full of darkness, and danger, they were. And sometimes you didn't want to know the end, because how could the end be happy? How could the world go back to the way it was when so much bad had happened? But in the end, it's only a passing thing, this shadow. Even darkness must pass. A new day will come. And when the sun shines, it'll shine out the clearer. Those were the stories that stayed with you. That meant something. Even if you were too small to understand why. But I think, Mr. Frodo, I do understand. I know now. Folk in those stories had lots of chances of turning back only they didn't. They kept going. Because they were holding on to something. Frodo: What are we holding on to, Sam? Sam: That there's some good in this world, Mr. Frodo...and it's worth fighting for.”

“Hinder me? Thou fool. No living man may hinder me!" Then Merry heard in all sounds of the hour the strangest. It seemed that Dernhelm laughed, and the clear voice was like the ring of steel. "But no living man am I! You are looking upon a woman. Eowyn am I, Eomund's daughter. You stand between me and my lord and kin. Begone, if you be not deathless! For living or dark undead, I will smite you, if you touch him." The winged creature screamed at her, but then the Ringwraith was silent, as if in sudden doubt. Very amazement for a moment conquered Merry's fear. He opened his eyes and the blackness was lifted from them. There some paces from him sat the great beast, and all seemed dark about it, and above it loomed the Nazgul Lord like a shadow of despair. A little to the left facing them stood whom he had called Dernhelm. But the helm of her secrecy had fallen from her, and and her bright hair, released from its bonds, gleamed with pale gold upon her shoulders. Her eyes grey as the sea were hard and fell, and yet tears gleamed in them. A sword was in her hand, and she raised her shield against the horror of her enemy's eyes.”