“Ik dool nog steeds door de gangen van het grote gebouw, dat men 'leven' noemt. Het zijn gangen van jewelste, ze zijn door niemand voor mij betreden. De dwang der gangen. Ik ben verbaasd, geërgerd en opgetogen. Het is een eenzaam gedoe. Meestal kan het me niet veel schelen.” LifeDutch LiteratureDutch Poetry Book:De straat en het struikgewas Source: De straat en het struikgewas