Quotessence
Home / Books / Buzz Aldrin, waar ben je gebleven?

Buzz Aldrin, waar ben je gebleven?

Book by Johan Harstad · 5 quotes · Amore, Autobus, Depressie

Filter quotes by topic

Buzz Aldrin, waar ben je gebleven? Quotes

“[...] è lei che incontri, prima o poi, in autobus, sul treno, sull'aereo, lei a cui non fai caso finché non sei seduto, lei il cui sguardo incroci all'improvviso e arrossisci, ti viene caldo, perché non ci si può innamorare così in fretta, non è così che succede, solo per l'aspetto esteriore, con uno sguardo, ma invece succede e tu sei sull'autobus e pensi che dovresti andare laggiù in fondo, dire qualcosa, pensi, dovresti scendere alla sua stessa fermata, perché non incontrerai mai più una persona più bella di questa. E se solo trovi il coraggio, se adesso dici qualcosa, se scendi insieme a lei, vai da lei, l'abbracci, allora forse, forse o di sicuro, avrai incontrato l'unica persona nell'universo che può fare di te l'essere più felice che sia mai esistito. Invece non lo fai. Non scendi quasi mai alla stessa fermata. Non ti alzi nell'autobus per dirle o dirgli qualcosa. Rimanete seduti, vi guardate o distogliete lo sguardo, fino a che uno di voi due non scende e qualche ora dopo hai già dimenticato tutto, fino a un mattino di dieci, vent'anni dopo, quando di colpo senti di nuovo la stessa fitta, te la rivedi davanti e sai che quel giorno dovevi cogliere la palla al balzo, dire qualcosa. Non l'hai fatto, e l'unica cosa che ti rimane è la certezza che almeno una volta, per un istante nella vita sei stato amato così, senza riserve, senza pretese. Un solo istante, come schioccare due dita. Melodrammatico.”

“Er zijn vergeten plaatsen. Net zoals er vergeten mensen zijn. Op die plaatsen vind je degenen die al vergeten waren voordat iemand zich hen herinnerde. Daar vind je degenen die nooit beroemd werden, van wie niemand ooit gehoord heeft, van wist, degenen die achterbleven toen het leven doorging. Dat is het eigenlijke niemandsland. Daar zijn geen voormalige beroemdheden, daar zijn geen astronauten die alleen maar oud en vergeten zijn. Daar zijn alleen degenen van wie je in principe al dacht dat ze niet bestonden.”

“Maar je ziet het als je oefent. Je contouren die dunner worden, je silhouet dat vervaagt. Je bent nog niet helemaal verdwenen. Dat duurt een hele poos. Jaren. Maar je verdwijnt. Je verdwijnt voor jezelf, wordt een ander, elke dag. Je bent niet wie je ooit was. De microscopisch kleine cellen die je gezicht vormen op de foto die je ouders in de kamer hebben hangen, zijn weg, vervangen door nieuwe. Je bent niet meer wie je was. Maar ik ben er nog wel, de atomen wisselen van plek. Zo is het ook met de mensen van wie je houdt. Met bijna stilstaande snelheid verkruimelen ze in je armen en je zou willen dat je je aan iets bestendigs in hen kon vastklampen, hun skelet, hun tanden kon vastpakken, de hersencellen, maar dat kun je niet, want bijna alles is water en het heeft geen zin dat vast te houden. Alle sporen verdwijnen, stukje bij beetje. En later verdwijnen de sporen die ze hebben achtergelaten, het huis waarin ze woonden, de tekeningen die ze voor je maakten, de woorden die ze op briefjes schreven. De herinneringen waarmee je achterblijft zullen uiteindelijk ook loslaten, als oud behang, en mettertijd zal het niet meer mogelijk zijn om antwoord te geven op de vraag of er op deze planeet aan de rand van dit perifere zonnestelsel ooit leven is geweest.”

“Er kwam orde, de stukjes vielen weer op hun plaats, niet omdat ik eindelijk gebukt had om de puzzelstukjes die over de rand van de tafel waren gevallen op te rapen, maar meer omdat il al wekenlang bezig was het op te geven, de machteloze pogingen op te geven om mezelf te repareren, zonder handleiding bouten weer vast te schroeven , mezelf te lijmen en de kapotte stukjes weer op hun plek te leggen, ik had er weken voor nodig gehad, op mijn rug in mijn bed, had s nachts voor het open raam gezeten en langzaam maar zeker nieuwe stukjes neergelegd, hele puzzels , ik had het uiteindelijk helemaal opgegeven en pas nu, hier precies hier, begon het de goede kant op te gaan, begon ik met nieuwe stukjes te puzzelen, en die zagen er beter uit dan de vorige.”