Quotessence
Home / Quotes / Quote by David Levithan

Quote by David Levithan

“and i'm thinking, aren't i supposed to be the one who's freaking out here? tiny is going to be the first b-b-b- (i can't do it) boy-f-f-f (c'mon, will) boyf-boyf (here we go) boyfriend of mine that she's ever met.”

Quote by David Levithan

Work

Will Grayson, Will Grayson

Will Grayson, Will Grayson is a novel that delves into the complexities of adolescence, featuring two characters named Will Grayson who share the same name but lead vastly different lives. The narrative unfolds through alternating perspectives, showcasing the diverse ways in which individuals navigate their personal journeys. The story explores themes of friendship, identity, and the search for belonging, offering a poignant and relatable portrayal of young adulthood. more

Author

David Levithan
David Levithan

David Levithan, born on September 7, 1972, is a renowned author from the United States. His works span across various genres including young adult literature, adult fiction, and non-fiction, known for his unique narrative style and profound insights into social issues. more

You May Also Like

“And did anyone here bring me food? I'm famished." [Gregor's] fingers found a stray fortune cookie from the night before and he pulled it out. "Here," he said. Ripred reacted with exaggerated amazement. "Oh, heavens, is this whole thing for me?" "Look, I didn't even know --" Gregor began. "No, please. Don't apologize." Ripred's tongue darted out and flicked the cookie into his mouth. "Oh, yes, oh, my word," he raved as he chewed and swallowed. "I'm absolutely stuffed!”

“Al in de vroege ochtend, het was bijna nog nacht, had Gregor de gelegenheid de kracht van zijn zojuist genomen besluiten te toetsen, want vanaf de gang opende zijn zuster, bijna volledig aangekleed, de deur en keek nieuwsgierig naar binnen. Zij kon hem niet dadelijk vinden, maar toen zij hem onder de canapé ontdekte - God, hij moest toch érgens zijn, hij had toch niet kunnen wegvliegen - , schrok zij zo, dat zij, zonder zich te kunnen beheersen, de deur van buitenaf weer dichtsloeg. Maar alsof zij berouw had van haar handelwijze, deed zij de deur meteen weer open en kwam, als ging het om een ernstige zieke of zelfs een vreemde, op haar tenen binnen. Gregor had zijn kop tot vlak aan de rand van de canapé naar voren geschoven en observeerde haar. Of zij wel zou merken dat hij de melk had laten staan, en wel allerminst uit gebrek aan eetlust, en of zij ander voedsel zou komen brengen, dat meer aan zijn wensen tegemoet kwam? Als zij het niet uit zichzelf deed wilde hij liever verhongeren dan haar erop attent te maken, hoewel hij eigenlijk een geweldige aandrang voelde om onder de canapé vandaan te schieten, zich aan zijn zusters voeten te werpen en haar om wat lekker eten te smeken. Maar zijn zuster zag dadelijk tot haar verbazing de nog volle kom, waaruit alleen rondom een beetje melk was gemorst, zij nam hem meteen op, weliswaar niet met haar blote handen maar met een lap, en droeg hem de kamer uit. Gregor was uiterst nieuwsgierig wat zij ter vervanging zou brengen en hij maakte zich daar de meest uiteenlopende voorstellingen van. Nooit had hij echter kunnen raden wat zijn zuster in haar goedheid werkelijk deed. Zij bracht hem, om zijn smaak te onderzoeken, een hele keur aan spijzen, op een oude krant uitgespreid. Er was oude, half verrotte groente; botten van het avondeten in een gestolde witte saus, wat rozijnen en amandelen; een kaas die Gregor twee dagen tevoren oneetbaar had verklaard; een stuk droog brood, een met boter besmeerd stuk brood en een met boter besmeerd en gezouten stuk brood. Bovendien zette zij bij dit alles ook nog de waarschijnlijk definitief voor Gregor bestemde kom neer, waarin zij water had gegoten.”