Quotessence
Home / Quotes / Quote by Annelies Verbeke

Quote by Annelies Verbeke

“Een perfecte omhelzing is moeilijk en in wakende uren volkomen onbereikbaar. Maar je lichaam heeft genoeg herinneringen om er een voor je te boetseren in de laatste zucht van een droom, net voor je het gonzen van de wereld weer moet aanhoren.”

Quote by Annelies Verbeke

Author

Annelies Verbeke

Browse famous quotes and profile details for Annelies Verbeke. more

You May Also Like

“Want wat is contact tussen mensen, tussen de mens en de wereld, tussen hem en zijn tijd, anders dan een substituut voor het contact dat geen vragen onbeantwoord laat? Dit boek gaat over de aard van dat verlangen. Over de voorstellingen die in plaats komen van wat we willen omarmen, maar wat we niet kunnen omarmen. En zo komt ook dit boek, net als ieder ander boek, in plaats van wat ik eigenlijk wilde zeggen, maar waar de woorden niet voor zijn.”

“Leie: Nu en dan steekt het kleine verlangen de kop weer op en daarmee de hoop, dan gaat Dirk achter me liggen en duwt zijn knieën in mijn knieholten en rust ik in zijn armen als een komma in plaats van een punt tot ik het niet meer verdraag, tot ik hem niet meer verdraag en mezelf niet, tot de gevechten weer beginnen en alles moet sneuvelen. Als het heel moeilijk wordt denk ik aan het kind dat zomaar gekomen is, dat er nog iets voor me in het verschiet ligt en dat ik moet doorgaan en niet versagen.”

“In the years of its rise the movement little by little brought the community's attitude toward the teacher around from respect and envy to resentment, from trust and fear to suspicion. The development seems to have been inherent; it needed no planning and had none. As the Nazi emphasis on nonintellectual virtues (patriotism, loyalty, duty, purity, labor, simplicity, "blood," "folkishness") seeped through Germany, elevating the self-esteem of the "little man," the academic profession was pushed from the very center to the very periphery of society. Germany was preparing to cut its own head off. By 1933 at least five of my ten friends (and I think six or seven) looked upon "intellectuals" as unreliable and, among those unreliables, upon the academics as the most insidiously situated.”