Quotessence
Home / Quotes / Quote by Pascal Mercier

Quote by Pascal Mercier

“Hij sloeg het notitieboekje dicht. Af en toe was hij in de stad een leerling of leerlinge tegengekomen aan wie hij jaren geleden les had gegeven. Het waren nu geen jongens en meisjes meer maar mannen en vrouwen met partners, beroepen en kinderen. Hij schrok als hij zag hoe hun gezicht was veranderd. Soms betrof zijn schrik het resultaat van de verandering: een te vroege verbittering, een opgejaagde blik, tekenen van een ernstige ziekte. Maar meestal was wat hem schrik aanjoeg het simpele feit dat de veranderde gezichten getuigden van het onstuitbare verstrijken van de tijd en het meedogenloze verval van alles wat leefde. Hij keek dan naar zijn handen waarop de eerste ouderdomsvlekken zichtbaar waren, en soms haalde hij foto's tevoorschijn van zichzelf als student en probeerde zich voor de geest te halen hoe het was geweest om die grote afstand af te leggen, dag na dag, jaar na jaar.”

Quote by Pascal Mercier

Author

Pascal Mercier
Pascal Mercier

Pascal Mercier is a French writer born on June 23, 1944. His works are known for their profound philosophical thinking and unique narrative style. more

You May Also Like

“Als je de vijftig nadert en je op een rijtje gaat zetten wie van de mensen die je kent of over wie je hebt gehoord het slecht vergaan is, is dat heel heftig, het lijkt alsof het leven een harde en vreugdeloze beproeving is die niet veel mensen doorstaan zonder in het duister te worden neergedrukt. Maar zo is het niet, omdat de opsomming geen rekening houdt met de tijd, die enorme zee van dagen en nachten die alle gebeurtenissen verdunt en die constant expandeert en groter wordt. Iedere opsomming vertekent de werkelijkheid, en dat wat wij als ons leven zien, waarin de beslissende gebeurtenissen elkaar snel opvolgen, staat in verhouding tot de werkelijkheid als een kaart tot het terrein, of de sterren tot de sterrenhemel: van hier af lijkt de afstand ertussen heel klein, van hier af zijn ze net een school haringen, zo dicht als de sterren op elkaar zitten, maar als je erheen zou kunnen reizen, zou je begrijpen dat de waarheid over het heelal de ruimte ertussen is.”

“Steeds zie ik ons samen opdoemen in mijn geest en weer verdwijnen. Als jongens, als jongemannen en op latere leeftijd. We kijken allebei star voor ons uit. Het lijkt wel of we met elkaar vergroeid zijn, zo dicht lopen we tegen elkaar. Ik weet niet of we op weg zijn ergens naar toe of dat het zomaar een dwalen is. Er is geen angst want ik weet dat we elkaar niet kwijt kunnen raken.”