Quotessence
Home / Quotes / Quote by Leopold II

Quote by Leopold II

“Het volstaat te durven om te slagen; dat is een der geheimen van de macht en den luister dien, gedurende meer dan eene eeuw, onze naburen ten Noorden, de Vereenigde-Provinciën, genoten. Zonder eenigen twijfel bezitten wij gelijke bestanddeelen van voorspoed; waarom zouden onze bedoelingen niet evenzoo hoog strekken?”

Quote by Leopold II

Author

Leopold II

Browse famous quotes and profile details for Leopold II. more

You May Also Like

“Het is vooral van belang dat wij ons aandeel bekomen in de exploitatie van denieuwe en groote Chinesen markt. Geen beter middel, voorzeker , om ons in deze verre landen te doen kennen en ze zelf te leeren kennen, dan een nijverheids-en handelsgezantschap te sturen bij de hoven van Yedo en Peking, ten einde de keizers om hunne vriendschap te vragen en hun stalen aan te bieden van onze producten, als daar zijn : Kanonnen, krijgs-en prachtwapens, stoffen, tapijten, lakens, weefsels, garen, linnen, kant, meubelen, messen, spiegels, vensterglazen, rijtuigen, modellen van machines, stalen van ijzer, zink, kolen enz. enz.”

“Having considered Handel's tumultuous opera career and his first term at Covent Garden in the 1730s, perhaps we may dare to suggest he was one of the foremost pioneers in establishing autonomy within the traditional system of music patronage, notwithstanding his efforts to become an independent impressario often proved disappointing.”

“Handel's yearning for independence from the traditional chains of patronage and his persistence in monitoring his productions resulted with unique developments concerning Baroque 'opera seria'; however, paradoxically his personal obsession to obtain complete artistic freedom generated disastrous side-effects that eventually impeded the progress of opera in London.”

“wie niets heeft, kan niets delen. Wie alles moet delen wordt niet ruimhartiger, maar stuurloos. Geef kinderen vooral van alles voor henzelf en leer ze met de spullen van anderen omgaan zoals zij willen dat er met hun spullen wordt gespeeld. Eigendom dwingt tot beleefdheid en omgangsvormen. Als we kind zijn, veinzen we aardigheid om te krijgen wat we willen; het enige dat we later nog moeten leren is te vergeten dát we veinzen - pas als dat lukt hebben we het spel van fatsoen echt onder de knie.”

“Kooplieden zijn nergens thuis, maar toch overal welkom, omdat ze welvaart brengen. Als ergens de pest heerst, zoals vorig jaar in Savoye, vermijden ze de stad, en zonder hen staat alles stil. Ze kunnen geen zijde meer brengen uit Lucca, geen wijn meer uit Bordeaux, en de Genuezen kunnen geen leningen meer verstrekken. Niemand koopt nog iets, het geld wordt opgepot en de prijzen rijzen de pan uit. Alsof je de levensader van de stad afsnijdt. Ja, word jij maar koopman.”

“Van nu af moeten wij onze markten zoo talrijk maken als mogelijk is. Geen ander middel bestaat er tot het bezweren dier nijverheidserisissen, waarvan de noodlottige gevolgen zich zouden doen gevoelen naar gelang van de ontwikkeling der aangetaste gedeelten. Wij moeten ook onzen handel aanwakkeren en den Belgischen voortbrenger in staat stellen langs Belgische wegen te vervoeren en bij Belgen te consigneeren, de goederen, waarvan de verzending naar verre landen weldra, naar ik verhoop, belangrijker zal worden,dank aan ons volmaakt werk en aan onze gematigde prijzen.”

“Thans is onze uitvoer bijna uitsluitend toevertrouwd aan vreemde handen. Men dient na te gaan, waarom het zoo is, en de middelen te zoeken om het geld, dat wij aan commissionarissen van Havre, Hamburg, Rotterdam of Londen geven, door Belgen te laten winnen en voor ons land te behouden. Ook dient men, zooals ik zegde, aanzienlijk te vermeerderen het bedrag onzer plaatsingen in den vreemde en deze zouden, naar het gevoelen onzer consuls, vertiendubbeld kunnen worden.”

“Niet langer zult gij dulden, Mijne Heeren, dat alleen wij onder de natiën, die havens en eene zeegrens bezitten, voor het grootste gedeelte van onzen uitvoer afhankelijk zouden blijven van anderen... Weldra, ik hoop het stellig, zal onze jeugdige natie ook haar deel van de zee eischen en haar eersten stap doen op de baan van den billijken en eerlijken vooruitgang, de eenige die past aan den aard des Lands en aan den tijd waarin wij leven.”