“Ik zat op mijn handen en keek door het raam naar de mist, die uit het weiland achter de boomgaard kwam opzetten en voortdurend dikker werd. Na een poosje kon ik alleen nog de boom zien die het dichtst bij het raam stond: het was een jonge hoogstam, hij had nog nooit alleen in de mist gestaan en het zweet brak hem uit. Ik had medelijden met hem en besloot ook hèm een naam te geven, Juliette. Een meisjesnaam, waarom niet, hij zag er zo vrouwelijk uit, zo tenger, zo aandoenlijk hulpeloos en eenzaam met zijn veel te lage kalkring die aan een afgezakte armband deed denken. Het was een idee van Ingrid, om de bomen een naam te geven. Zij kon erg goed met ze opschieten en ik heb dikwijls het gevoel gehad, dat Hector beschaamd naar haar luisterde als ze tegen hem zei: Hector, je stelt me teleur, volgend jaar moet je méér geven hoor, of dat Lucien zachtjes stond te hijgen als ze bij hem neerhurkte en zei: wat heb jij daar een lelijke waterloot, Lucien, daar zullen we je eens gauw van afhelpen.”
Quote by Ward Ruyslinck
Book:De verliefde akela
Work
De verliefde akela
Browse quotes and source details for this work. more
Author
You May Also Like
Source: Niets te verliezen en toch bang
Source: Tree Story: The History of the World Written in Rings
Source: The Bookseller's Apprentice
Source: In Search of Our Mothers' Gardens: Womanist Prose
“I was well-read but perhaps that only made me stupid.”
Source: Wild Ink
Source: Wordsmithy: Hot Tips for the Writing Life
Source: The Dating Plan
Source: Realm of Wonders