Quotessence
Home / Quotes / Quote by Fatima Ouassak

Quote by Fatima Ouassak

“Mais le sentiment d'impuissance est aussi nourri par le fonctionnement, du système scolaire, dont on tente de masquer le caraptère structurellement inégalitaire et discriminatoire en surmédiatisant les exceptions : la fabuleuse réussite de telle ministre issue de l'immigration africaine, le par- cours formidable de tel chercheur qui a grandi dans une cité. Pour faire croire que quand on veut, on peut. Donc toi qui n'as pas réussi, tu ne peux t`en prendre qu'a toi-même. Et à tes parents.”

Quote by Fatima Ouassak

Work

La puissance des mères

Browse quotes and source details for this work. more

Author

Fatima Ouassak

Browse famous quotes and profile details for Fatima Ouassak. more

You May Also Like

“Caravaggio’s art is made from darkness and light. His pictures present spotlit moments of extreme and often agonized human experience. A man is decapitated in his bedchamber, blood spurting from a deep gash in his neck. A man is assassinated on the high altar of a church. A woman is shot in the stomach with a bow and arrow at point-blank range. Caravaggio’s images freeze time but also seem to hover on the brink of their own disappearance. Faces are brightly illuminated. Details emerge from darkness with such uncanny clarity that they might be hallucinations. Yet always the shadows encroach, the pools of blackness that threaten to obliterate all. Looking at his pictures is like looking at the world by flashes of lightning.”

“Floris lachte en zeeg in slaap in zijn zetel. Pieter bezag het hoofd van de kunstenaar. Hij streelde hem stillekens over zijn roze gezicht, en prevelde vol medelijden: ‘Arme Baskonter, arme paddestoel, die teert op Michelangelo; arme Icarus, die met wassen vleugelen ten hemel stijgt, naar de zon, die ze smelt’ – op een rijnse prent had hij die ongelukkige sukkeleer getekend – ‘en al die renaissancisten zijn van dezelfde deeg! Waarom blijft ge niet beneden : de wereld is zo schoon!’ … En in zijn verbeelding zag hij de schone straat van Messina weer levendig voor d’ogen; en daar beneden, in ’t water, te midden van de pracht, zag hij, hulpeloos en klein, twee roze beentjes spartelen van de arme Icarus die in ’t water gevallen was! Hij schudde de komende vaak van zijn huid, stond op en ging de kriekende, frisse morgen in. Een nieuwe schilderij begon te groeien.”

“In 't verdriet om zijn tijd, en in toenemende maagpijn schilderde hij, terwijl er buiten sneeuw viel : 'De Blinden die elkander in de Gracht leiden'; 't Valt voor in zijn vredige streek, met de kerk, ginder rustig en uitnodigend gezeten aan de voet van een buikrond heuveltje. Hier van voor, rechts, diept een koele gracht, waar lis wiegt en irissen tintelen. Op de voorgrond, in de richting van die gracht, komen de zes blinden met hun wijde mantels aan, achtereen elkaar vasthoudend aan hun staf, of de hand op de schouder van de voorgaande gelegen. Hun oude, getaande, domme bedelaarsgezichten zijn smekend omhoog gericht; maar hun ogen zijn ofwel gesloten, of 't zijn enkel matte, witte ballen of uitgezworen holtens. Ze zullen de gracht intuimelen, één voor één, lijk de voorsten al bezig zijn, - de eerste had nogal muziek bij! Rond dit drama bloeit een schone, zachte zomer. Er is stilte, vrede en zon! Daarin ligt heel zijn tijd : 't verscheuren van elkanders overtuiging, de blindheid van elkendeen; daarin ligt zijn twijfel, zijn gebroken droom, zijn geloof, zijn verlangen naar rust, heel zijn hart en heel zijn ziel, - heel de tegenstrijdigheid van zichzelf en van zijn tijd. Toen hij de schilderij af had; - 't was enige dagen voor Kerstmis - liet hij palet en borstels uit zijn hand glijden. 'Nu heb ik, geloof ik, niets meer te doen dan maagpijn te lijden', zuchtte hij.”

“Beelden, zijnde driedimensionale objecten in plaats van tweedimensionale schilderijen, zijn echter dan schilderijen,” zei een heer. “Daarom zijn ze in staat een bedrieglijker illusie te creëren – dat wil zeggen dat beeldhouwkunst de hoogste kunstvorm is.” “Daar ben ik het geheel mee oneens,” zei ik terwijl ik een paar stappen achter Galileo stond. Op het moment dat hij me herkende, strekte zijn glimlach zich helemaal uit tot de bult onder zijn oog. Hij opende hun kring om me naar voren te laten komen. “Wat denkt de signorina?” spoorde een heer aan, alsof een dame die een mening durfde te uiten een noviteit was. Ik kende deze mannen niet, maar ik stortte me in de discussie, hun kunstmatige manier van spreken aannemend. “Reliëf dat het gezichtsvermogen misleidt ligt net zozeer binnen het bereik van de schilderkunst als van de beeldhouwkunst omdat met schilderen alle kleuren van de natuur vorm kunnen worden gegeven, waar de beeldhouwkunst slechts licht en donker tot haar beschikking heeft. Hoewel de beeldhouwkunst diepte creëert die door aanraking wordt waargenomen, verwerft de schilderkunst diepte zonder dat voordeel. Daarin ligt de grotere uitdaging en derhalve haar superioriteit.” “De signorina heeft gelijk,” bracht Galileo in. “Wat is er zo indrukwekkend aan het nabootsen van de beeldhouwster, de Natuur, door de natuur zelf, steen, te gebruiken om volume te creëren?” Hij wendde zich tot mij voor mijn instemming. “ Van de twee is de schilderkunst de superieure, maar om meer dan één reden. De schilderkunst, zijnde tweedimensionaal, staat verder van de realiteit, en hoe verder de middelen om na te bootsen staan van datgene wat nagebootst moet worden, des te bewonderenswaardiger de nabootsing zal zijn.”