Quotessence
Home / Quotes / Quote by Andrew Peterson

Quote by Andrew Peterson

Work

Author

Andrew Peterson
Andrew Peterson

Andrew Peterson, born on June 4, 1974, is an accomplished singer-songwriter from the United States. His musical style blends folk, rock, and gospel elements, winning him a dedicated fan base. Known for his emotive voice and poignant lyrics, Peterson's work often delves into themes of life, faith, and the beauty of nature. more

You May Also Like

“Um Spürfähigkeit und intime Resonanzbeziehungen zurückerhalten zu können, ist es notwendig, Schattenanteile zu reintegrieren und damit auch die Emotionen zu fühlen, die durch die Unterdrückung vermieden werden. Dadurch kann die Kraft, die die Unterdrückung benötigt, zurück-gewonnen werden.”

“Dao ist damit etwas, das nicht mit der Kraft des Verstandes erreicht werden kann. Nichts, das in die begrenzten Dualismen passt. Es ist etwas, das diese umgibt und einschließt.”

“Ich hatte immer den Eindruck, dass ich mehr wissen müsste. Mehr studiert haben müsste. Mehr gelesen haben müsste. Mehr Lebenserfahrung haben müsste. Aber sind es nicht immer diese Zweifel, mit denen Menschen, die unterrepräsentiert sind, davon abgehalten werden, Dinge zu tun, die sie gerne tun würden und die sie für wichtig halten?”

“What we come across is only this - various tunings of thinking. Doubt and despair, on the one hand, blind obsession by untested principles, on the other, conflict with one another. Fear and anxiety are mixed with hope and confidence. Often and widely, it looks as though thinking were a kind of reasoning conception and calculation completely free of any kind of tuning. But even the coldness of calculation, even the prosaic sobriety of planning are traits of an attunement.”

“Ik dacht: dit is het gelach in de schaduw van de galg, zo klinken mensen die weten dat ze ten dode zijn opgeschreven, zo ziet een stad eruit die naar de verdommenis gaat. Diezelfde hysterie tref je aan in de beschrijving die Thucydides geeft wanneer de pest uitbreekt in Athene: 'Overweldigd door de hevigheid van de rampspoed, en niet wetend wat hen te doen stond, werden de mannen onverschillig [...] en de grote losbandigheid begon.' Net als de inwoners van Athene deden de Angolezen uit de musseque alsof het einde der tijden was aangebroken: een schreeuwerige, chaotische, bandeloze samenleving die op de rand van uitsterven verkeerde. Geen wanhopige mensen, maar mensen die dansten, die de kiduru en de kizomba deden, zoals Kalunga me uitlegde toen de meisjes in de sloppenwijk in het rond stonden te draaien en soms wat danspasjes invoegden onder het lopen. Het wemelde van de prostituees in de stad, veelal vluchtelingen uit Congo, die mannen oppikten in de Pub Royal en de Zanzibar. De meeste mensen giechelden als gekken omdat ze beseften dat hun dagen geteld waren. Zo klonk dat Angolese gelach mij in de oren: als geraaskal dat getuigde van groot lijden, als versterkt doodsgereutel. Net als de inwoners van Athene hing hen rampspoed of de dood boven het hoofd en 'besloten ze te genieten van een klein deel van hun leven'. Kalunga stapte op zijn motorfiets, maar startte hem niet. Hij zat uit te kijken over de stad en zei: 'Zo zal de wereld eruitzien wanneer het einde der tijden is aangebroken.”

“Könik wilde kisten bouwen waaruit je gemakkelijk zou kunnen opstaan. Daarom maakte hij de deksels van het dunste hout en hij zette ze vast met twee houten pennen die er van onderaf zo uitgetikt konden worden, in de kinderkistjes maakte hij zelfs geen pennen, hij legde de deksels er als een kap overheen, hij wilde de kinderen niet onnodig bang maken. Het hout dat hij had gedroogd, was maar voor korte tijd toereikend, algauw moest hij noodgedwongen dennen klieven en gebruiken als ze nog zo vers waren dat het hout onder de schaaf wel deeg leek. Eerst stierven namelijk de mannen, zij hadden grotere kisten nodig, de vrouwen en kinderen hielden het langer vol. Toen de mannen stierven waren er nog nabestaanden, meest vrouwen en kinderen, maar toen later de vrouwen en kinderen begraven moesten worden, toen waren er alleen nog maar een stuk of wat buren, en verre familieleden over. Het was gewoon zo, dat hoe meer er stierven, hoe minder nabestaanden er waren.”