Quotessence
Home / Quotes / Quote by Stijn Streuvels

Quote by Stijn Streuvels

“De eigenste trek tot het geheimzinnige en bovenaardsche openbaart zich bij Prutske in hare groote belangstelling voor alles wat er aan het uitspansel gebeurt en den onderkant van den hemel vormt, 's Avonds, voor aleer naar bed te gaan, vraagt Prutske dikwijls om nog eens de maan en de sterren te zien en hun goenavond te zeggen; bij dage volgt zij gaarne den drijf der wolken en over al de verschijnselen van het uitspansel vraagt zij uitleg en 't bedied. De zon en de maan beschouwt Prutske als bezielde en bevriende wezens, die met ons in nauwe betrekking staan; in de wolken ziet zij schepen, reuzen, kasteelen, monsters die boven onze hoofden heendrijven; doch telkens er in den vorm of kleur iets bijzonders te bemerken valt, roept zij er iemand bij en vraagt: - Wat gebeurt er, of wat doen ze nu in den hemel? Tegen avond, wanneer de westereinder gloeiend rood uitslaat en de laatste zonnestralen als vimmen van een waaier hoog opgespreid staan, wanneer de wolken gelijk goudklompen aan den hemel gestapeld liggen, is 't Sinterklaas die zijnen oven stookt om koeken te bakken. Wanneer de wind het zwerk heeft schoongeveegd en de wolken gelijk vlokkig schuim opgerafeld en in vegen uiteengebezemd ronddrijven, dan zijn de engelen in den hemel aan de wasch en doen ze de zeeploog in 't ronde schuimen. Ander keeren is 't de groote schoonmaak, hebben de Heiligen deuren en vensters opengezet om den hemel eens terdege te verluchten.”

Quote by Stijn Streuvels

Book:Prutske

Work

Prutske

Browse quotes and source details for this work. more

Author

Stijn Streuvels
Stijn Streuvels

Stijn Streuvels, a renowned Flemish writer, was born on October 3, 1871, and passed away on August 15, 1969. His works are known for their vivid portrayal of rural life in Flanders, characterized by their emotional depth and social insight. more

You May Also Like

“Ga nu maar rap naar huis slapen,’ zei Sinter-Klaas tot Ceciliatje, ‘we brengen seffens het schip....’ Het kind ging naar huis, maar 't sliep niet, en zat onder den schoorsteenmantel met het kussen op zijn armkens, naar de nederdaling van het schip te wachten. De maan zag juist in het arm-triestig plaatsken. Hé, wat zag Ceciliatje ineens! Ginder op een blinkenden manestraal klabetterde het ezeltje omhoog, met op zijn rug Sinter-Klaas; en Zwarte Piet liet zich meeslijpen met den staart van 't ezeltje vast te houden. De maan ging open; een zacht groot licht viel in vonkelende regenboogkleuren over de besneeuwde wereld, Sinter-Klaas groette naar de aarde, trad binnen, en weer was het gewone groenmaneschijne nacht. Ceciliatje meende te gaan weenen. Zwarte Piet of de goede Heilige hadden het schip niet gebracht. 't Lag niet op het kussen. Maar zie! Wat geluk, het schip ‘de Congo’ stond daar, daar in de koude assche, zonder kneus of berst, glanzend van zilver, en wel voor 7½ centen witten wat smorend uit zijn twee schouwpijpen! Hoe kon het zijn! Hoe was dat zoo stil gebeurd?.... Dat weet nu juist niemand, dat is de kundigheid en 't glanzend vernuft van Zwarte Piet, en dat leert hij aan niemand voort.”

“When you love someone, they become a part of who you are. They're in everything you do. They're in the air you breathe and the water you drink and the blood in your veins. Their touch stays on your skin and their voice stays in your ears and their thoughts stay in your mind. You know their dreams because their nightmares pierce your heart and their good dreams are your dreams too. And you don't think they're perfect, but you know their flaws, the deep-down truth of them, and the shadows of all their secrets, and they don't frighten you away; in fact you love them more for it, because you don't want perfect. You want them. You want—" He broke off then, as if realizing everyone was looking at him again. "You want what?" said Dru with enormous eyes. "Nothing," Julian said. "I'm just talking.”

“Het drong tot me door hoe vluchtig een gevoel van geluk kon zijn, en hoe kwetsbaar de basis daarvan was; van uit de regen een warm restaurant binnen lopen, de geur van voedsel en wijn, een boeiend gesprek, het buitenlicht dat zwakjes op de kersenhouten tafeltjes scheen. Er was maar weinig voor nodig om je humeur op een ander peil te brengen, als het schuiven met de stukken op een schaakbord. Dat besef alleen al, tijdens een moment van geluk, was alsof je een van de stukken verschoof en daardoor iets minder gelukkig werd.”