Quotessence
Home / Quotes / Quote by E. du Perron

Quote by E. du Perron

“Couperus blijft vrijwel de enige die erin geslaagd is om specifiek-Hollandse verhaalkunst te geven op „Europees peil" (De Boeken der Kleine Zielen, Van Oude Menschen, de Dingen die voorbijgaan); men zou nog Van Looy kunnen noemen en Van Schendel's Fregatschip Johanna Maria.”

Quote by E. du Perron

Work

Uren met Dirk Coster: een tegenstem

Browse quotes and source details for this work. more

Author

E. du Perron

Browse famous quotes and profile details for E. du Perron. more

You May Also Like

“Er was geen goed of slecht in de wereld; alles was zooals het wezen moest en het gevolg van een aaneenschakeling van oorzaken en redenen; alles had recht van bestaan; niemand kon iets veranderen aan wat was of zijn zou; niemand had een vrijen wil; ieder was een gestel, een temperament en kon niet anders handelen, dan volgens de eischen van dat temperament, overheerscht door omgeving en omstandigheden; dàt was de waarheid, die de menschen steeds met hun kinderachtig idealisme, zeurend over deugd en met een handjevol religieuze poëzie, zochten te bedekken….”

“This bowl of bone covered with its lid and its movable hide, this was where it all came from: the other people, the world, the war, the dreams, the words, the deeds that seemed to happen so automatically as if one’s deeds were the world’s thoughts. You would need a second head to understand what the first head was, but I only had one, here in my hands, holding it in a way people never hold anything else. Yet, if not for the claims of scholars, you wouldn’t know your head was any different from your hand or foot.”

“Op de volgende statie van deze kruisweg zien wij hoe de eigenaar de kat met geweld door het luikje probeert te duwen. Maar daar zijn katten niet van gediend. Zij laten zich eerst als een harmonica in elkaar duwen, tot ze wel de helft korter zijn dan gewoonlijk, en zetten daarna of al meteen de tegenaanval in. Tenslotte neemt hij met geheven staart de benen en gaat zich op een veilige afstand zitten wassen.”

“Innaa lillayhi Wa Innaa Ilayhi Raaji'oon," prevelde Aïsha zachtjes voor zich uit. "wat zeg je?" vroeg Gillis nieuwsgierig. "Een gebed voor de doden. Zoals het hoort. Het betekent: Waarlijk wij behoren tot Allah, en tot Allah zullen wij wederkeren." Gillis was zzelf totaal niet gelovig, maar iets aan de manier waarop Aïsha dit had gezegd, deed hem begrijpen dat het gebed voor haar een emotionele betekenis had en dat hij hierop geen flauwe grappen moest maken.”