Quotessence
Home / Quotes / Quote by Gerard Walschap

Quote by Gerard Walschap

“Ik ken het lijden niet van de miljarden die op dit ogenblik op dit halfrond in de nanacht slapen. Nog minder weet ik van de andere miljarden voor wie het nu dag en strijd is. Ik ken slechts half het lijden van mijn vrouw en helemaal het mijne. Laat mij daarmee alleen. Doe mij niet geloven dat een alwijs en almachtig iemand dit op zijn gemak heeft zitten aankijken.”

Quote by Gerard Walschap

Work

Ons geluk

Browse quotes and source details for this work. more

Author

Gerard Walschap

Browse famous quotes and profile details for Gerard Walschap. more

You May Also Like

“Moet ik iets geworden zijn? Kan ik niet gewoon niets blijven? Tegen identiteit zijn? (...) Maar ik ben niks. Ik ben leeg en vormloos, een parasiet die zich vastbijt in de wensen van anderen, de vorm aanneemt die een ander voor me gedroomd heeft. Ik was bereid alles van Albert te incasseren, zolang hij maar bij me zou blijven, zolang ik mijn voeding maar niet kwijt zou raken en weer gereduceerd zou worden tot niets. Nou, het is zover hoor. Nu zit ik hier met jou. Heb je er eigenlijk over nagedacht waarom dat is? Dat lijkt me duidelijk. Dit is de hel. Waar niemand wil zijn, maar de meeste mensen toch belanden. Met de deuren naar verleden en toekomst stevig op slot.”

Book:Harpie

“Om met verandering te kunnen omgaan en om zelf te kunnen veranderen is niet zozeer een inspanning nodig, als wel een groot vermogen los te laten. Ieder verandering betekent, alles welbeschouwd, de dood van het oude ik, en wie zonder wrok, spijt of verbetenheid ‘zichzelf’ kan laten gaan, leert dus, in het klein, hoe hij zal moeten sterven. Maar tegelijk leert hij natuurlijk ook, en zelfs in de eerste plaats, hoe hij moet leven. Want wat is leven anders dan het ondergaan – met zwier of met verzet – van een continue reeks van veranderingen? Oefenen in in leven is oefenen in sterven. Leven en dood zijn complementair.”

“Het was makkelijk genoeg om een programma te schrijven dat de doden zou ordenen, zei hij, maar eigenlijk wilde hij een programma schrijven dat de zin van het sterven kon verklaren. Dat was de verre toekomst. Ooit zouden de computers alle grote geesten bijeenbrengen. Over dertig, veertig, honderd jaar. Als we elkaar voor die tijd niet opblazen. We zitten op het topje van de menselijke kennis, mamma.”

“Cynici zeggen dat het sterven begint bij de geboorte. Zoals bij iedere polariserende stelling zit daar iets van waarheid in. Ieder mens bereikt op een gegeven moment een punt waar zijn leven eindigt en het sterven begint. Een oneindig kleine, maar meetbare logische seconde waarin we een onzichtbare grens overgaan die het keerpunt van ons bestaan vormt. Achter die grens ligt dan alles wat we ooit als toekomst hebben beschouwd. En vóór ons is alleen nog de dood. Bij de meeste mensen ligt dat scheidingspunt ergens op het laatste kwart van hun levenslijn. Andere, die bijvoorbeeld aan een dodelijke ziekte lijden, lopen misschien al halverwege tegen die grens op. Bijna niemand overschrijdt die bewust. Slechts weinig mensen kunnen zeggen wanneer hun leven eindigt en het sterven begint. Zoals ik. Ik kan het je heel precies zeggen.”

“En wat me zo trof, en zowel schrik als troost met zich meebracht, was het besef dat de God die ik aanbid exact weet wat het is om te sterven. Hij weet wat de dood betekent voor mensen. Het is een ervaring waarvoor God zich niet te goed achtte om die te delen met mijn vader en met ieder van ons. Ik heb geen idee hoe het zal zijn om te sterven- maar Jezus wel. Hij kent het gevoel van zuurstoftekort in zijn cellen, van hartstilstand en verstikking. Er is geen duisternis waarin hij niet is afgedaald. Hij kent de structuur en de smaak van alles wat ik het meest vrees.”

“Het is een mooie kringloop, je moet er alleen niet een zin in willen ontdekken. Dat is misschien de enige les die er te leren valt. Gewoon als een blad naar de aarde kunnen tuimelen zonder dat je vindt dat je moet denken dat je vleugeltjes krijgt en weer omhoogvliegt het heelal in. De perzik van onsterfelijkheid is een aardig verzinsel, maar die vrucht heeft beslist geen pit. Het is maar een ezelsbruggetje naar de dood.”