Quotessence
Home / Quotes / Quote by Milan Kundera

Quote by Milan Kundera

“De droom is niet alleen een mededeling (een eventueel gecodeerde mededeling), maar ook een esthetische activiteit, een spel van verbeelding dat op zichzelf waarde heeft. De droom is er het bewijs van dat verbeelding, het dromen van iets dat niet gebeurd is, tot de diepste behoeften van de mens behoort. Hierin ligt de wortel van het verraderlijke gevaar van de droom. Was de droom niet mooi, dan zou je hem snel kunnen vergeten.”

Quote by Milan Kundera

Work

The Unbearable Lightness of Being

Browse quotes and source details for this work. more

Author

Milan Kundera
Milan Kundera

Milan Kundera is a renowned Czech-French writer known for his profound psychological insights and unique narrative techniques. His works often explore themes of personal freedom, love, morality, and existentialism, with notable titles including 'The Unbearable Lightness of Being' and 'The Joke'. more

You May Also Like

“Al ’n jaar geleden heb jij gezegd, toen heb je tegen mij gezegd: „Wie van Indie ’n mooi land wil maken, die moet beginnen met alle sienjo’s er uit te trappen!” Nou vraag ik aan jou, Hollander, hoe komen wij, sienjo’s, hier! Wie hebben wij gevraagd om hier te mogen zijn! Als jij, Hollander, Indië niet mooi kunt vinden mèt sienjo’s, waarom roep je je mede-Hollanders dan niet ter verantwoording, die aan ons bestaan schuldig zijn. Moeten wij, sienjo’s, er uit getrapt worden, nadat we er door de Hollanders zijn ingetrapt?”

“Wie het nog niet vermoed had, kan nu aan driedimensionale voorbeelden gedemonstreerd zien hoe de suikertentoonstelling van de Nederlandse Letterkunde georganiseerd wordt door machteloze kankeraars, knoeiers, prutsers, beddespreiders en zangerige intriganten, die beurtelings prijzen krijgen en prijzen uitdelen, heulen met de overheid en elkaar verraden, hoereren met de dagbladpers, of zich laten kopen door uitgevers.”

“History proves beyond any possibility of doubt that no religion has ever given a stimulus to scientific progress comparable to that of Islam. The encouragement which learning and scientific research received from Islamic theology resulted in the splendid cultural achievements in the days of the Umayyads and Abbasids and the Arab rule in Sicily and Spain. I do not mention this in order that we might boast of those glorious memories at a time when the Islamic world has forsaken its own traditions and reverted to spiritual blindness and intellectual poverty. We have no right, in our present misery, to boast of past glories. But we must realize that it was the negligence of the Muslims and not any deficiency in the teachings of Islam that caused our present decay. Islam has never been a barrier to progress and science. It appreciates the intellectual activities of man to such a degree as to place him above the angels. No other religion ever went so far in asserting the dominance of reason and, consequently, of learning, above all other manifestations of human life.”

“Als klein meisje hield ik erg van wat ik 'boekjes maken' noemde. Ik nam een opschrijfboekje en plakte er plaatjes in, maakte tekeningen, experimenteerde met Prittstift en puntenslijpsel (dat wordt gewoon heel mooi samen, echt) en schreef op wat ik allemaal meemaakte. 'We zijn vandaag naar Paleis 't Loo geweest', bijvoorbeeld, 'Het was er heel mooi want de koningin heeft daar vroeger gewoond.' Of: 'Ik heb een nieuw badpak gekregen. Het is heel tof met roze en paars en mama zegt dat het een echt wedstrijdbadpak is.' De belevenissen van een achtjarige. Veel later, als dertienjarige, chagrijnige, prehormonale puber, schreef ik cynisch commentaar in de kantlijn van mijn kleinemeisjesdagboek: 'Ja hoor', en: 'Leuk voor je.' Weer later, toen ik zeventien was en op zoek naar lege blaadjes voor mijn weltschmerz-poezie, werd ik boos op de dertienjarige die zo cru was tegen dat kleine enthousiaste meisje. Zo gemeen vond ik het. Als een reaguurder avant la lettre, een agressieve internettrol die zo nodig moet zeiken op iemand die gewoon gezellig iets wil vertellen. Weliswaar niet op internet - dat was nog lang niet uitgevonden - maar op mijn eigen, persoonlijke web van negentientoen naar tweeduizendzoveel. Als dertienjarige verachtte ik het achtjarige kind dat ik was geweest, en als zeventienjarige verachtte ik de dertienjarige. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Een leven lang, om precies te zijn. Want die gedichten waarvoor ik ruimte zocht in mijn dagboekjes, die dikdoenerij die ik maakte toen ik zeventien was, daar kon ik me als drieentwintigjarige alweer danig aan ergeren, en zo blijf je aan de gang. Maar, zoals The Lau het zo mooi zong in 'Rode Aarde': Edelman of bedelman Het zal je kind maar zijn De sterrenhemel leert Verschil is klein Vergeet niet wie je bent Is wie je altijd bent geweest”