Quotessence
Home / Quotes / Quote by Philippe Claudel

Quote by Philippe Claudel

“Ik heb nog nooit een schoft of een heilige gezien. De dingen zijn nooit helemaal zwart of helemaal wit, alles is grijs. Mensen en hun zielen ook… Je ziel is grijs, behoorlijk grijs, zoals die van ons allemaal…”

Quote by Philippe Claudel

Work

Grey Souls

Browse quotes and source details for this work. more

Author

Philippe Claudel
Philippe Claudel

Philippe Claudel is a renowned French writer born on February 2, 1962. His unique writing style and profound insights into human nature have won him a wide audience. more

You May Also Like

“Wanneer ze de straat in loopt, bespeurt ze een verandering in zichzelf, een concentratie van aandacht richt zich, voordat ze bewust iets hoort, in haar op als een cobra voor een fluitspeler. Een snoer van klanken komt haar tegemoet, muziek die omhoog- en omlaagwelft alsof zij precies de beweging van een wandelaar in de heuvels van Boeda volgt. Wat is dat voor instrument, waar komt die warme bas vandaan in de diepere regionen, die alt in de hogere? Het lijkt op de gordonka van de zigeuners, de gardon van de boeren. Het is hetzelfde, het is niet hetzelfde. De muziek komt uit de tuin van het huis waar ze haar bestelling moet afleveren. In de schaduw van hoge bomen zit een elegant gezelschap in aandacht verzonken voor een musicus die voor haar een muzikant is, het subtiele verschil kent ze nog niet. Het wordt haar toegestaan vanaf een stenen trap naar de keuken mee te luisteren. Ze vraagt wat voor muziek het is die daar ten gehore wordt gebracht. De huishoudster is zo vriendelijk het voor haar te vragen. De tweede cellosuite van Bach. Ze prent het zich in, om het nooit meer te vergeten, de tweede cellosuite van Bach. De vermoeidheid van de wandeling valt van haar af, ze is opgewonden omdat er muziek bestaat die een illusie van oneindigheid oproept, een streling van de ziel die nooit meer ophoudt.”

“Ook de 'Ethica' bleef achter slot en grendel - en zou voor velen nog jarenlang een gesloten boek blijven. Spinoza wist het en sprak het uit: 'En voorzeker, wèl moet het moeilijk zijn wat men zo zelden aantreft. Want indien de redding voor het grijpen lag en zonder grote inspanning te bereiken was, hoe zou het dan mogelijk zijn dat zij door nagenoeg iedereen over het hoofd wordt gezien? Maar al het voortreffelijke is even moeilijk als zeldzaam.' Zo onthult zich het geheim van de 'Ethica' voor onze ogen als de kalme, consequente moed, waarmee de meest belangeloze en stoïcijnse denker van de zeventiende eeuw, een tot zwijgen gedoemde, de God die volgens kerken en synagoge buiten de wereld en boven het mensdom moet worden gezocht (en gevreesd), in wereld en mensdom liet opgaan - : uitdrukking van het unieke, duizendvormige, ongeschapen zijn, het éne lichaam met de éne ziel. Door dit te doen heeft Spinoza niet alleen de middeleeuwen ver teruggestoten; hij werd in de eerste plaats ons begin. Zijn 'wellevenskunst' sluit met een accoord van sober optimisme, dat tegelijk het vaste geloof verkondigt in de rede als laatste, hoogste macht die enkeling en samenleving tot hun ware bestemming kan leiden - 'het accoord van de door eigen kracht verlosbare mens'.”

“Sie sehnte sich stattdessen nach dem Elan und der Zielstrebigkeit, die alle anderen Menschen in der Forty-second Street zu beflügeln schienen: Gruppen lachender Matrosen; Mädchen mit angelegten, eingesprühten Haaren; ältere Paare, die Damen im Pelz - alle eilten im Dämmerlicht dahin. Anna betrachtete sie forschend. Woher wussten sie, wohin es ging?”

“Das Ende einer Handlung liegt im ursprünglichen Gedanken. Wir können keine Handlung anfangen, wenn wir ihr Endziel nicht als allerwichtigste Sache betrachten. Das Endziel muss am Anfang stehen. Wir müssen an den Anfang das setzen, was am Ende existieren soll; ansonsten werden Handlung, Absicht oder Gedanke einfach tierisch sein. Ein Mensch wird „verrückt“ genannt, wenn er nicht weiß, warum er handelt, oder ein klares Ziel hat. Er wird ein Dummkopf genannt, ein Kind, oder ein Verrückter.”

“Святий Кирило, поборник єдності, був людиною фанатично ревною. Він користався своїм становищем патріарха, аби розпалювати погроми в дуже великій єврейській колонії у Александрії. Найбільш уславився він самосудом над Гіпатією, видатною жінкою, що в ту добу святенництва держалась неоплатонічної філософії й присвятила свої таланти математиці. її «стягли з колісниці, здерли з неї весь одяг, затягли до церкви й нелюдськи замордували читець Петро та юрба знавіснілих безжальних фанатиків; м'ясо зішкрібали їй з кісток гострими скойками, а потім кинули тіло, яке ще корчилось, у вогонь. Справедливий хід слідства й покари був зупинений відповідними хабарами». Після цього філософи більш не баламутили Александрії.”