Quotessence
Home / Quotes / Quote by Amor Towles

Quote by Amor Towles

Work

Rules of Civility

In 'Rules of Civility,' the reader is transported to the vibrant and tumultuous era of the 1930s. The story revolves around the life of a young woman navigating the complexities of her social and romantic life in New York City. The novel delves into themes of class distinction, the pursuit of personal identity, and the transformative power of love and friendship. The narrative is rich with historical detail and offers a compelling look at the era's cultural landscape. more

Author

Amor Towles
Amor Towles

Amor Towles is an American author born in 1964. His works are known for their exquisite prose and profound character development, with notable titles including 'Rules of Civility' and 'A Gentleman in Moscow'. Towles' novels often set in mid-20th-century New York, exploring themes of social class, love, and moral dilemmas. more

You May Also Like

“I read a lot of Agatha Christie's that fall of 1938 - maybe all of them. The Hercule Poirots, the Miss Marples. Death on the Nile, The Mysterious Affair at Styles, Murders .. on the links, .. at the vicarage, and.. on the Orient Express. I real them on the subway, at the deli, and in my bed alone. You can make what claims you will about the psychological nuance of Proust or the narrative scope of Tolstoy, but you can't argue that Mrs Christie fails to please. Her books are tremendously satisfying.”

“Ik zat op mijn handen en keek door het raam naar de mist, die uit het weiland achter de boomgaard kwam opzetten en voortdurend dikker werd. Na een poosje kon ik alleen nog de boom zien die het dichtst bij het raam stond: het was een jonge hoogstam, hij had nog nooit alleen in de mist gestaan en het zweet brak hem uit. Ik had medelijden met hem en besloot ook hèm een naam te geven, Juliette. Een meisjesnaam, waarom niet, hij zag er zo vrouwelijk uit, zo tenger, zo aandoenlijk hulpeloos en eenzaam met zijn veel te lage kalkring die aan een afgezakte armband deed denken. Het was een idee van Ingrid, om de bomen een naam te geven. Zij kon erg goed met ze opschieten en ik heb dikwijls het gevoel gehad, dat Hector beschaamd naar haar luisterde als ze tegen hem zei: Hector, je stelt me teleur, volgend jaar moet je méér geven hoor, of dat Lucien zachtjes stond te hijgen als ze bij hem neerhurkte en zei: wat heb jij daar een lelijke waterloot, Lucien, daar zullen we je eens gauw van afhelpen.”

“De bomen rond dit huis, dat in de duinen ligt, zijn kaal. Ik vind ze mooi. Zo dun en wuivend en doorzichtig, zoveel complexer van structuur dan ze in de zomer waren. Het is niet nodig voor een boom om altijd het lied van zomer, zomer, zomer te zingen. Pas in de winter kun je zien wat er achter al dat groen steekt. Zo hou ik ook van mensen die alle seizoenen kennen. Pas dan kun je zien wat ze waard zijn. Niet in voorspoed maar in tegenspoed. Pas dan wordt het leven een kunst.”

“Of en hoe een samenleving op de onmiddellijke dreiging van een catastrofe reageert, is afhankelijk van haar culturele waarden en hoe deze tot uiting komen in haar sociaal-economische structuur – denk maar aan de topzware structuur en politieke leiding van het Romeinse Rijk. We hebben op dit momet zelfs met een zeer pregnant voorbeeld daarvan te maken: voor het eerst in de geschiedenis zijn onze wetenschappelijke methoden geavanceerd genoeg om de dreiging van een wereldwijde, door de mens veroorzaakte klimaatverandering te voorspellen, maar ons onvermogen (of onze onwil) om deze kennis in te zetten om de klimaatverandering te bestrijden is grotendeels het gevolg van politieke besluitvorming, of het gebrek daaraan.”

“For several years, while I searched for, found, and studied black women writers, I deliberately shut O'Connor out, feeling almost ashamed that she had reached me first. And yet, even when I no longer read her, I missed her, and realized that though the rest of America might not mind, having endured it so long, I would never be satisfied with a segregated literature. I would have to read Zora Hurston and Flannery O'Connor, Nella Larsen and Carson McCullers, Jean Toomer and William Faulkner, before I could begin to feel well read at all.”