Quotessence
Home / Topics / Boon Quotes

Boon Quotes

Browse 126 quotes about Boon.

Related topics

Boon Quotes

“Ik kon het echter niet laten, te scrhijven over ook nog de meisjes van 14 tot 18 jaar, die men de meest vermoeiende en meest zenuwslopende taak op de smalle schouders legde. Men noemde ze 'de nachtploeg', omdat ze het afschuwelijke nachtwerk te verrichten kregen: bij het loeien der sirenes om 6 of 7 uur in de avond, repten ze zich naar de fabrieken en stonden ze de hele nacht dóór in het helse lawaai van machines, molens of getouwen, om pas rond 6 of 7 uur in de grauwe ochtend de fabriekspoort te verlaten. Ondervoed, afgemat, door slaap overmand, kon geen nacht voorbij gaan zonder dat een van hen een ongeluk overkwam.”

“Op het einde van het jaar 1889 stemde de regering dan de wet op de kinderarbeid. Hierdoor was het niet langer meer toegelaten, kinderen beneden de twaalf jaar in mijnen en fabrieken te aanvaarden. Ondanks deze wet bleven in haast alle fabrieken der Denderstreek de kinderen aan het werk. Men zou eerst nog, jaren later, inspecteurs moeten aanstellen om kontrool hierop te houden.”

“Daar kwam onder andere aan het licht, dat in de hele fabriek Jacobs maar vier volwassen mannen werkten, aangesteld als meesterknechten, en de rest uit kinderen bestond. Kinderen van acht en zeven jaar, van zes en zelfs van maar vijf jaar, die door de meesterknechten met slagen en stampen werden opgejaagd...en dat die kinderen zich vrij veel stom dronken aan een fles genever.”

“Ook hij liet een grote stoommachine plaatsen en alles groeide zo overrompelend vlug, dat er echt geen tijd was zich om veiligheid of zelfs een minimum aan hygiëne te bekommeren. In de spinnerijen stonden de vrouwen, meisjes en kinderen in wolken dwarrelend pluk, bijna dagelijks raakten handen vermorzeld bij het 'indraaien' en in werkplaatsen waar men omgeven was van natte dampen, kregen de meeste vrouwen een ziekte die men waterkanker noemde.(...) De vrouwen brachten in de levensgevaarlijke werkplaatsen hun kleinste kinderen van huis mee en lieten ze rondkruipen in vuil, stof en stank.”

“ge schrijft uw “kleine oorlog” ge zoudt liever een ander boek schrijven - groot schoon woelig juist - ge zoudt het dan noemen “dit zijn de vloeken en gebeden van den kleinen man tegenover den grooten oorlog, dit zijn zangen, dit is DE BIJBEL VAN DEN OORLOG” - op een anderen dag wenscht ge echter niets liever dan uw pen stuk te stampen op het vlak van uw schrijftafel - het is zeer plezierig zooiets, maar gij zijt verplicht u den dag daarna een nieuwe pen te koopen - want schrijven doet ge toch, het is een natuurlijke behoefte - de eene mensch vloekt zich dood, de andere loopt zijn kop op de muren stuk Gij schrijft uw Kleine Oorlog”

“Liberty ... was a two-headed boon. There was first, the liberty of the people as a whole to determine the forms of their own government, to levy their own taxes, and to make their own laws.... There was second, the liberty of the individual man to live his own life, within the limits of decency and decorum, as he pleased -- freedom from the despotism of the majority.”

“Though I be shut in darkness, and become insentient dust blown idly here and there, I count oblivion a scant price to pay for having once had held against my lip life's brimming cup of hydromel and rue--for having once known woman's holy love and a child's kiss, and for a little space been boon companion to the Day and Night, Fed on the odors of the summer dawn, and folded in the beauty of the stars. Dear Lord, though I be changed to senseless clay, and serve the potter as he turns his wheel, I thank Thee for the gracious gift of tears!”

“The unknown ... became for our primitive forefathers a terrible and omnipotent source of boons and calamities visited upon mankind for cryptic and wholly extra-terrestrial reasons, and thus clearly belonging to spheres of existence whereof we know nothing and wherein we have no part.”

“The family trees of Karl and Paula Bonhoeffer are everywhere so laden with figures of accomplishment that one might expect future generations to be burdened by it all. But the welter of wonderfulness that was their heritage seemed to have been a boon, one that buoyed them up so that each child seems not only to have stood on the shoulders of giants but also to have danced on them.”

“Tis ever thus when favours are denied; All had been granted but the thing we beg: And still some great unlikely substitute-- Your life, your soul, your all of earthly good-- Is proffer'd, in the room of one small boon.”