Quotessence
Home / Authors / Herman Koch Biography
Herman Koch

Herman Koch Biography

Writer

Related Quotes

“I looked at her face. Besides being covered in tears, it was above all marked by dissatisfaction. Deep-lying dissatisfaction, the kind a person is born with. Nothing helps to drive out that dissatisfaction. Expensive espresso machines, attention, a new wing on the house— for a fleeting moment the dissatisfaction disappears into the background, but it's like a leak coming through the wallpaper: You can cover it with new wallpaper, but after a while the brown spots soak through, anyway. There's not much you can do about it. You can muffle it for a bit with medication, with what they call “mother’s little helpers,” but in the end it only comes back with renewed strength.”

“Vielleicht sollten wir den Begriff "Toleranz" neu definieren, denn was besagt er eigentlich? Dass man andere toleriert? Menschen mit anderer Hautfarbe, anderem Glauben, Menschen mit Piercings und Tätowierungen, Frauen mit Kopftuch und Menschen mit anderer sexueller Orientierung? Dabei gibt es doch gar nichts zu tolerieren. Schon indem man das Wort "Toleranz" bemüht, stellt man sich auf eine höhere Ebene als sie, die man toleriert. Toleranz beruht auf einem Überlegenheitsgefühl.”

“Ein funkelnagelneues Buch, das noch nach Druckerschwärze riecht. Ein Buch, mit dem man manchen kann, was man will, und das man, wenn man es ausgelesen hat, in den eigenen Bücherschrank stellt. Statt eines widerlichen, nach allem anderen als Druckerschwärze riechenden Exemplars mit einem hässlichen Bibliothekseinband. Ein Buch wie eine öffentliche Toilette, bei der man nicht weiß, wer vor einem auf der Klobrille gesessen hat.”

“Er was gewoon geen bewegingsruimte om helemaal niets te willen, dan begonnen ze meteen weer over je negatieve houding door te zagen, terwijl ik vind dat dat een van de steunpilaren van de vrijheid is, om het zo maar eens te zeggen, dat je nou eens een keer niet wilt kiezen tussen al die mogelijkheden die de wereld al voordat je geboren werd voor je heeft uitgedokterd en waar je zelf helemaal nooit om hebt gevraagd.”

“I let them do some simple arithmetic. In a group of one hundred people, how many assholes are there? How many fathers who humiliate their children? How many morons whose breath stinks like rotten meat but who refuse to do anything about it? How many hopeless cases who go on complaining all their lives about the non-existent injustices they’ve had to suffer? Look around you, I said. How many of your classmates would you be pleased not to see return to their desks tomorrow morning? Think about that one family member of your own family, that irritating uncle with his pointless, horseshit stories at birthday parties, that ugly cousin who mistreats his cat. Think about how relieved you would be - and not only you, but virtually the entire family - if that uncle or cousin would step on a landmine or be hit by a five-hundred-pounder dropped from a high altitude. If that member of the family were to be wiped off the face of the earth. And now think about all those millions of victims of all the wars there have been in the past - I never specifically mentioned the Second World War, I used it as an example because it’s the one that most appeals to their imaginations - and think about the thousands, perhaps tens of thousands of victims who we need to have around like we need a hole in the head. Even from a purely statistical standpoint, it’s impossible that all those victims were good people, whatever kind of people that may be. The injustice is found more in the fact that the assholes are also put on the list of innocent victims. That their names are also chiselled into the war memorials.”

“Hij herkent dat toontje van haar. 'Je bekijkt het maar.' Wanneer hij het nu op een ruzie laat aankomen, zal hij zeker het onderspit delven. Zoals altijd is zij de redelijkheid zelve. Bij een reconstructie zullen er geen verzachtende omstandigheden zijn. Wat heeft zij nou helemaal gezegd? Wanneer je haar zinnen een voor een uittypt, ze achter elkaar terugleest, zal er niets dan redelijkheid in doorklinken. Maar in de uitgetypte zinnen hoor je dat toontje van haar niet. Hoe ze het zegt. 'Je kan doodvallen.' Dat zegt ze niet, maar dat hoor je wel. Ze zegt het op een toon alsof hij er helemaal niet is. Bij een echte ruzie zijn er twee partijen. Ze schelden elkaar de huid vol. Ze zeggen verschrikkelijke dingen die nooit meer terug te draaien zijn - denken ze terwijl ze staan te schreeuwen. Maar het valt allemaal reuze mee. 'Waar ging dat nou weer over?' zeggen ze wanneer ze elkaar na afloop van de ruzie met tranen in de ogen in de armen nemen. Maar er is ook een andere manier. Je gaat de ruzie helemaal niet aan. Er is alleen onverschilligheid, je laat aan alles merken dat het je niets kan schelen wat de ander doet of zegt - dat het je niet raakt.”

“Hij herkent dat toontje van haar. 'Je bekijkt het maar.' Wanneer hij het nu op een ruzie laat aankomen, zal hij zeker het onderspit delven. Zoals altijd is zij de redelijkheid zelve. Bij een reconstructie zullen er geen verzachtende omstandigheden zijn. Wat heeft zij nou helemaal gezegd? wanneer je haar zinnen een voor een uittypt, ze achter elkaar terugleest, zal er niets dan redelijkheid in doorklinken. Maar in de uitgetypte zinnen hoor je dat toontje van haar niet. Hoe ze het zegt. 'Je kan doodvallen.' Dat zegt ze niet, maar dat hoor je wel. Ze zegt het op een toon alsof hij er helemaal niet is. Bij een echte ruzie zijn er twee partijen. Ze schelden elkaar de huid vol. Ze zeggen verschrikkelijke dinen die nooit meer terug te draaien zijn - denken ze terwijl ze staan te scheeuwen. Maar het valt allemaal reuze mee. 'Waar ging dat nou weer over?' zeggen ze wanneer ze elkaar na afloop van de ruzie met tranen in de ogen in de armen nemen. Maar er is ook een andere manier. Je gaat de ruzie helemaal niet aan. Er is alleen onverschilligheid, je laat aan alles merken dat het je niets kan schelen wat de ander doet of zegt - dat het je niet raakt.”