Quotessence
Home / Quotes / Quote by Andrzej Sapkowski

Quote by Andrzej Sapkowski

“The wish, Geralt! Hurry up! What do you desire? Immortality? Riches? Fame? Power? Might? Privileges? Hurry, we haven’t any time!’ He was silent. ‘Humanity,’ she said suddenly, smiling nastily. ‘I’ve guessed, haven’t I? That’s what you want, that’s what you dream of! Of release, of the freedom to be who you want, not who you have to be. The djinn will fulfil that wish, Geralt. Just say it.”

Quote by Andrzej Sapkowski

Work

The Last Wish

Browse quotes and source details for this work. more

Author

Andrzej Sapkowski
Andrzej Sapkowski

Andrzej Sapkowski is a Polish writer born on June 21, 1948. He is renowned for his fantasy novels, especially the 'The Witcher' series, which has been translated into multiple languages and adapted into games and television series. more

You May Also Like

“Then why are your eyes full of fear, Geralt of Rivia? Your hands are trembling, you are pale. Why? Do you fear the last–fourteenth–name engraved on the obelisk so much? If you wish I shall speak that name.’ ‘You don’t have to. I know what it is. The circle is closing, the snake is sinking its teeth into its own tail. That is how it must be. You and that name. And the flowers. For her and for me. The fourteenth name engraved in the stone, a name that I have spoken in the middle of the night and in the sunlight, during frosts and heat waves and rain. No, I’m not afraid to speak it now.’ ‘Then speak it.’ ‘Yennefer… Yennefer of Vengerberg.”

“Nog altijd komt het me voor als een weeffout in de schepping dat je op een dag niet meer naar de sluis fietst, geen bommetjes meer maakt in een flodderig zwembroekje, niet meer met elkaar worstelt en glad en rap als zeeleeuwen onder water zwemt om meisjes onder te trekken - dat je daar uitgroeit, te groot voor wordt, heb ik altijd beschouwd als een teken dat de ziel bestaat, en dat ze kan bederven.”

“Er zijn eenvoudige, korte oefeningen die het lichaam in kort bestek afmatten en dus tijd besparen, en vooral dat laatste moeten we goed bijhouden. Ga bijvoorbeeld hardlopen, of oefenen met gewichten, of springen. Je kunt hoog- of verspringen, of laat ik zeggen 'ritueel dansen' of, om het banaler te zeggen, stampen als de wasman in zijn tobbe. Kies maar, het is allemaal simpel en gemakkelijk om te doen.Maar wat je ook doet, keer snel weer terug van het lichaam naar de ziel! Want die moet je dag en nacht trainen, die wordt door matige inspanning gevoed. En dat soort training wordt niet belet door kou of hitte, nee, niet eens door ouderdom. Richt je op iets goeds dat op den duur alleen maar beter wordt. En ik zeg niet dat je altijd boven je boeken of schrijftafeltjes moet zitten. Laat je geest ook eens wat anders doen, maar dan zo dat het ontspannend werkt en niet ontkrachtend. Een tochtje in de wagen schudt de ledematen los, zonder de studie te beletten: je kunt iets lezen of dicteren, je kunt praten of luisteren, allemaal dingen die ook tijdens een wandeling mogelijk zijn.”

“Wanneer ze de straat in loopt, bespeurt ze een verandering in zichzelf, een concentratie van aandacht richt zich, voordat ze bewust iets hoort, in haar op als een cobra voor een fluitspeler. Een snoer van klanken komt haar tegemoet, muziek die omhoog- en omlaagwelft alsof zij precies de beweging van een wandelaar in de heuvels van Boeda volgt. Wat is dat voor instrument, waar komt die warme bas vandaan in de diepere regionen, die alt in de hogere? Het lijkt op de gordonka van de zigeuners, de gardon van de boeren. Het is hetzelfde, het is niet hetzelfde. De muziek komt uit de tuin van het huis waar ze haar bestelling moet afleveren. In de schaduw van hoge bomen zit een elegant gezelschap in aandacht verzonken voor een musicus die voor haar een muzikant is, het subtiele verschil kent ze nog niet. Het wordt haar toegestaan vanaf een stenen trap naar de keuken mee te luisteren. Ze vraagt wat voor muziek het is die daar ten gehore wordt gebracht. De huishoudster is zo vriendelijk het voor haar te vragen. De tweede cellosuite van Bach. Ze prent het zich in, om het nooit meer te vergeten, de tweede cellosuite van Bach. De vermoeidheid van de wandeling valt van haar af, ze is opgewonden omdat er muziek bestaat die een illusie van oneindigheid oproept, een streling van de ziel die nooit meer ophoudt.”