Quotessence
Home / Quotes / Quote by Hany Elframawy

Quote by Hany Elframawy

Work

The Codex Of The Last Supper: Alexandria 250 AD

Browse quotes and source details for this work. more

Author

Hany Elframawy

Browse famous quotes and profile details for Hany Elframawy. more

You May Also Like

“Er zijn eenvoudige, korte oefeningen die het lichaam in kort bestek afmatten en dus tijd besparen, en vooral dat laatste moeten we goed bijhouden. Ga bijvoorbeeld hardlopen, of oefenen met gewichten, of springen. Je kunt hoog- of verspringen, of laat ik zeggen 'ritueel dansen' of, om het banaler te zeggen, stampen als de wasman in zijn tobbe. Kies maar, het is allemaal simpel en gemakkelijk om te doen.Maar wat je ook doet, keer snel weer terug van het lichaam naar de ziel! Want die moet je dag en nacht trainen, die wordt door matige inspanning gevoed. En dat soort training wordt niet belet door kou of hitte, nee, niet eens door ouderdom. Richt je op iets goeds dat op den duur alleen maar beter wordt. En ik zeg niet dat je altijd boven je boeken of schrijftafeltjes moet zitten. Laat je geest ook eens wat anders doen, maar dan zo dat het ontspannend werkt en niet ontkrachtend. Een tochtje in de wagen schudt de ledematen los, zonder de studie te beletten: je kunt iets lezen of dicteren, je kunt praten of luisteren, allemaal dingen die ook tijdens een wandeling mogelijk zijn.”

“Wanneer ze de straat in loopt, bespeurt ze een verandering in zichzelf, een concentratie van aandacht richt zich, voordat ze bewust iets hoort, in haar op als een cobra voor een fluitspeler. Een snoer van klanken komt haar tegemoet, muziek die omhoog- en omlaagwelft alsof zij precies de beweging van een wandelaar in de heuvels van Boeda volgt. Wat is dat voor instrument, waar komt die warme bas vandaan in de diepere regionen, die alt in de hogere? Het lijkt op de gordonka van de zigeuners, de gardon van de boeren. Het is hetzelfde, het is niet hetzelfde. De muziek komt uit de tuin van het huis waar ze haar bestelling moet afleveren. In de schaduw van hoge bomen zit een elegant gezelschap in aandacht verzonken voor een musicus die voor haar een muzikant is, het subtiele verschil kent ze nog niet. Het wordt haar toegestaan vanaf een stenen trap naar de keuken mee te luisteren. Ze vraagt wat voor muziek het is die daar ten gehore wordt gebracht. De huishoudster is zo vriendelijk het voor haar te vragen. De tweede cellosuite van Bach. Ze prent het zich in, om het nooit meer te vergeten, de tweede cellosuite van Bach. De vermoeidheid van de wandeling valt van haar af, ze is opgewonden omdat er muziek bestaat die een illusie van oneindigheid oproept, een streling van de ziel die nooit meer ophoudt.”

“Ook de 'Ethica' bleef achter slot en grendel - en zou voor velen nog jarenlang een gesloten boek blijven. Spinoza wist het en sprak het uit: 'En voorzeker, wèl moet het moeilijk zijn wat men zo zelden aantreft. Want indien de redding voor het grijpen lag en zonder grote inspanning te bereiken was, hoe zou het dan mogelijk zijn dat zij door nagenoeg iedereen over het hoofd wordt gezien? Maar al het voortreffelijke is even moeilijk als zeldzaam.' Zo onthult zich het geheim van de 'Ethica' voor onze ogen als de kalme, consequente moed, waarmee de meest belangeloze en stoïcijnse denker van de zeventiende eeuw, een tot zwijgen gedoemde, de God die volgens kerken en synagoge buiten de wereld en boven het mensdom moet worden gezocht (en gevreesd), in wereld en mensdom liet opgaan - : uitdrukking van het unieke, duizendvormige, ongeschapen zijn, het éne lichaam met de éne ziel. Door dit te doen heeft Spinoza niet alleen de middeleeuwen ver teruggestoten; hij werd in de eerste plaats ons begin. Zijn 'wellevenskunst' sluit met een accoord van sober optimisme, dat tegelijk het vaste geloof verkondigt in de rede als laatste, hoogste macht die enkeling en samenleving tot hun ware bestemming kan leiden - 'het accoord van de door eigen kracht verlosbare mens'.”

“Sie sehnte sich stattdessen nach dem Elan und der Zielstrebigkeit, die alle anderen Menschen in der Forty-second Street zu beflügeln schienen: Gruppen lachender Matrosen; Mädchen mit angelegten, eingesprühten Haaren; ältere Paare, die Damen im Pelz - alle eilten im Dämmerlicht dahin. Anna betrachtete sie forschend. Woher wussten sie, wohin es ging?”

“Das Ende einer Handlung liegt im ursprünglichen Gedanken. Wir können keine Handlung anfangen, wenn wir ihr Endziel nicht als allerwichtigste Sache betrachten. Das Endziel muss am Anfang stehen. Wir müssen an den Anfang das setzen, was am Ende existieren soll; ansonsten werden Handlung, Absicht oder Gedanke einfach tierisch sein. Ein Mensch wird „verrückt“ genannt, wenn er nicht weiß, warum er handelt, oder ein klares Ziel hat. Er wird ein Dummkopf genannt, ein Kind, oder ein Verrückter.”